Kappen en snoeien voor een veilig rivierengebied
|
|
Slim snoeien. Dat is de aanpak die Rijkswaterstaat volgt om de uiterwaarden langs de Nederlandse rivieren weer te optimaliseren voor de snelle afvoer van hoogwater. De vegetatie zorgt voor ongewenste opstuwing van het water, die gevaar kan opleveren voor het achterland. Hoewel in totaal zo’n 3.000 voetbalvelden aan bomen en struiken verdwijnen, hoeven ze er niet allemaal weg. De stroombanen van het water in alle uiterwaarden zijn door Rijkswaterstaat in kaart gebracht. Daar waar de doorstroming verstoord wordt, moeten de bomen en struiken beslist weg. In een enkel, zwaarwegend geval kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld als een waardevolle dassenburcht in de weg zit.
Wilfred Vruggink, omgevingsmanager bij Rijkswaterstaat: “Wilgensoorten en in mindere mate meidoornstruiken en (aangeplante) populieren zullen het veld moeten ruimen. Na het kappen en snoeien komt er in de meeste gevallen een ‘hoogwaardig grasland’ voor terug met een groot aantal bloemsoorten, goed geschikt voor de aanwezige dier- en vogelsoorten.
Niet in broedseizoen Staatssecretaris Atsma stelde vorig jaar in totaal 75 miljoen euro beschikbaar voor de stroomlijning van uiterwaarden langs in totaal 600 km rivier. Daarmee wordt gezorgd voor een veiliger afvoer van het rivierwater van de Rijn, Maas, Waal, IJssel en Merwede. Afgelopen week gaf Atsma het startsein voor de werkzaamheden die Staatsbosbeheer uitvoert in de Gelderse Breemwaard en de Gamerensche waarden langs de Waal. Door het aanbrengen van roosters krijgen ‘grazers’ meer ruimte om de begroeiing kort te houden. Ook worden de eerste bomen gekapt. In het broedseizoen zullen geen werkzaamheden plaatsvinden. Vanaf september zal Staatsbosbeheer de overige vegetatie aanpakken in deze gebieden.

Herinrichtingsplannen Afgelopen jaar heeft Rijkswaterstaat nauw samengewerkt met Staatsbosbeheer, die eigenaar is van een groot deel van de uiterwaardennatuur. Ook worden de andere natuurorganisaties zoals de Provinciale Landschappen en Natuurmonumenten nauw betrokken in dit proces. Wilfred Vruggink: “Gelukkig onderschrijven de natuurorganisaties allemaal het maatschappelijke belang van de veiligheid, daar is dus geen discussie over. De natuurbeheerders zijn zelf verantwoordelijk voor de herinrichtingsplannen, Rijkswaterstaat levert de kaders aan met betrekking tot de doorstroming en voert regie op de uitvoering van de plannen. In het gehele project is intensieve samenwerking van belang voor een snelle en goede uitvoering.”
Intensieve communicatie De planvorming, inclusief vergunningverlening, duurt per gebied gemiddeld driekwart jaar. Daarbij moet aan de eisen van de flora- en faunawet worden voldaan. Maar er kunnen ook extra eisen zijn, bijvoorbeeld als het gebied onderdeel uit maakt van een ecologische hoofdstructuur. Bovendien behoort de helft van de uiterwaardennatuur tot de Natura 2000 gebieden, die extra bescherming genieten. De kap en snoeioperatie zal de uiterwaarden een ander, kaler aanzicht geven. Mede om die reden is intensieve communicatie met de omgeving van belang. In de omliggende woongebieden worden om die reden informatieavonden georganiseerd. “Uit de ervaring tot nu toe blijkt dat omwonenden veel begrip hebben voor de situatie.” Maar er is nog een horde te nemen. Wilfred Vruggink: “In de volgende fase worden particuliere grondeigenaren benaderd, zoals agrariërs. Het gaat om mogelijk wel duizend partijen. We zijn nog aan het nadenken over hoe wij dit het beste kunnen organiseren. De ervaring die wij nu opdoen met de natuurorganisaties zullen we hierbij gebruiken.“
(WaterForum Online, 21 februari 2012) |