Raden adviseren "risicobenadering" hoogwaterbescherming
|
|
In Nederland moet hoogwaterbescherming veel meer vanuit de risicobenadering worden bekeken. Dat vinden de Raden voor de leefomgeving en infrastructuur. In een advies aan staatssecretaris Joop Atsma van Infrastructuur en Milieu, met als titel 'Tijd voor waterveiligheid', pleiten de raden voor meer aandacht gericht op het voorkomen van overstromingen, het beheersen van de gevolgen van overstroming en voorbereiding op noodhulp en herstel. In een reactie zegt klimaathoogleraar Pier Vellinga dat hij zou willen dat de prioriteit in de hoogwaterbescherming komt te liggen bij doorbraakvrije dijken. Maatschappelijke ontwrichting De Raden voor de leefomgeving stellen in hun rapport dat afgelopen donderdag uitkwam dat hoge en sterke dijken belangrijk blijven om ook in de toekomst veilig te zijn. Echter in geval van een dijkdoorbraak zullen, zeker in de Randstad, de gevolgen omvangrijker zijn dan vroeger. Er zullen dan meer slachtoffers vallen en er zal een aanzienlijke economische schade ontstaan. Maatschappelijke ontwrichting en schade aan economische sectoren zijn bij een overstroming zeer wel denkbaar.
Nieuwe strategie noodzakelijk Daarom pleiten de raden voor een nieuwe strategie waarin het beperken van overstromingsrisico's centraal staat en waarin het Rijk, provincie, gemeenten, waterschappen en veiligheidsregio's zich permanent inspannen om de waterveiligheid te verbeteren. De aanpak van meerlaagsveiligheid, zoals die in het Nationaal Waterplan wordt voorgesteld, betekent al een goede aanzet voor een risicobenadering, zo constateren de raden, maar het accent ligt daarbij volgens hen voornamelijk op hoogwaterbescherming en het voldoen aan de normen voor dijken. Te weinig aandacht bestaat echter voor de gevolgen voor de veiligheid van het gebied achter de dijken. Ook is er weinig oog voor een snel herstel na een overstromingsramp, vinden de raden.
Dijkringen Volgens de Raden voor de leefomgeving vraagt dit om meer duidelijkheid in de verantwoordelijkheden van de overheden. Bovendien is goede samenwerking tussen overheden nodig. Het Rijk moet bepalen waar de risico's het grootst zijn en welke probleemgebieden het eerst aan de beurt zijn. De regionale overheden hebben tot taak te bepalen met welke maatregelen de risico's in hun dijkring verminderd kunnen worden. In die afweging kunnen volgens de Raden voor de leefomgeving alle maatregelen uit de Europese richtlijn overstromingsrisico's (ROR) worden betrokken. Dit zijn bijvoorbeeld schadepreventie, hoogwaterbescherming, paraatheid, noodmaatregelen en herstel. Daarbij kan gedacht worden aan het niet bebouwen van bepaalde laaggelegen plekken. Ook zou het verplicht kunnen worden om de bouw van vitale voorzieningen als energiecentrales en ziekenhuizen alleen op de veiligste plekken toe te staan. De raden adviseren om burgers goed voor te bereiden en te informeren over evacuatieroutes en vluchtplekken. Ook is het noodzakelijk om ervoor te zorgen dat ICT-voorzieningen bij rampen blijven functioneren. Met de juiste voorbereidende maatregelen is een sneller herstel van de gevolgen mogelijk, waardoor de maatschappelijke effecten zo beperkt mogelijk blijven.

(Foto Wikimedia)
Nieuwe normen primaire waterkeringen Volgens de Raden voor de leefomgeving is een nieuwe norm voor primaire waterkeringen, als belangrijke voorwaarde voor waterveiligheidsbeleid, noodzakelijk. De huidige normen - die dit jaar volgens plan worden herzien - zijn gebaseerd op de kans dat het water boven de dijk uitstijgt (overschrijdingskans). De raden pleiten voor een norm op basis van de kans dat door het bezwijken van de dijk, het gebied achter de dijk onder water komt te staan (overstromingskans). Die overstap zou volgens de raden snel gemaakt moeten worden. De komende twee jaar moet worden benut om een geïntegreerde aanpak op basis van een risicobenadering verder uit te werken en een implementatietraject met de betrokken partijen overeen te komen.
Dit nieuwe beleid zal leiden tot een efficiëntere besteding van de beschikbare middelen, overeenkomstig de afspraken uit het Bestuursakkoord Water, zo redeneren de raden. Klimaathoogleraar Pier Vellinga ziet dat anders. "Meerlaagse veiligheid is prima, dat moeten we vooral doen. Maar met het idee van doorbraakvrije deltadijken krijg je achter de dijken toch een heel ander scenario dan waar de Raden voor de leefomgeving van uitgaan", reageert hij.
Veiligheid tot vensterbank Als primaire waterkeringen in Nederland worden omgevormd tot robuuste deltadijken die niet kunnen doorbreken, maar waar in extreme weersomstandigheden wel water overheen kan slaan, komt het water in het achterland niet meer tot aan de dakgoot te staan. Het water komt dan hooguit tot vensterbankhoogte, zo legt Vellinga uit. "Dan komt de meerlaagse veiligheid in een geheel ander daglicht te staan. Daarom lijkt het mij beter om de prioriteit bij doorbraakvrije dijken te leggen. En daarna moeten we eens kijken waar de meeste mogelijkheden zijn voor het verminderen van schade en het beperken van het aantal slachtoffers 'per euro'. Per geïnvesteerde euro is meer te bereiken als we de dijken robuuster en overslagbestendig maken dan dat we bijvoorbeeld ziekenhuizen gaan verhogen. Natuurlijk moeten we vitale functies niet nodeloos kwetsbaar neerzetten. Ook is het zinvol om in elk geval meerlaagse veiligheid te betrachten."
Rapport Planbureau voor de leefomgeving Naar verwachting komt het Planbureau voor de leefomgeving deze week ook nog met een rapport, getiteld 'Een Delta in beweging'. Daarin zouden aanbevelingen worden gedaan over hoe meer waterveiligheid in Nederland kan worden bereikt voor hetzelfde geld. Naar verluidt speelt daarbij de aanleg van deltadijken een grote rol.
(WaterForum Online, 20 september 2011)
|