William de Kleijn van waterschap Aa en Maas bij het toegangskanaal van de Maas naar de haven van Oss (foto: Jac van Tuijn).

Onder leiding van het waterschap Aa en Maas is een start gemaakt met het verkennen van de meekoppelkansen bij het waterveiligheidsproject Meanderende Maas. Bij de perspresentatie van het project in Megen op 26 oktober maakte directeur Erik Kraaij van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) bekend dat het project hiervoor 4,6 miljoen subsidie krijgt.

In totaal zijn tien overheden en maatschappelijke organisaties bij het waterveiligheidsproject betrokken. Zij gaan samen kijken wat de kansen zijn voor de verbetering van de natuurontwikkeling, cultuurhistorische waarde, leefbaarheid en economie. Als alle plannen zijn uitgedokterd, moet de dijkversterking langs het 25 km lange Maastraject tussen Ravenstein en Lith in 2023 beginnen en in 2025 klaar zijn. In 2028 moet het hele project, inclusief de herinrichtingen zijn afgerond.

Markante bakenbomen
Wethouder Johan van der Schoot van de gemeente Oss heeft hoge verwachtingen van de afstemming van de gemeentelijke plannen op het rivierproject. De gemeente Oss heeft 23 dorpskernen die langs zo’n 45 km Maasoever liggen. Volgens Van der Schoot biedt het meekoppelen veel mogelijkheden. “Zo zien we een mogelijkheid om onze haven beter toegankelijk te maken zodat deze bereikbaar wordt voor grotere schepen”, aldus Van der Schoot. Maar er zijn meer aanknopingspunten met gemeentelijke kwesties. “De aankondiging van Rijkswaterstaat dat de karakteristieke bakenbomen langs de Maas gekapt zouden gaan worden, heeft onze raad flink bezig gehouden. In het kader van de Meanderende Maas denken wij kans te zien deze typische bomen te kunnen behouden.”

Herinrichting meanders
Het projectgebied omvat enkele oude meanders van de Maas die nu voornamelijk als buitendijkse landbouwgebieden in gebruik zijn. Natuurmonumenten heeft aangegeven mee te willen werken aan de herinrichting van deze gebieden zodat de oude meanders in het landschap weer zichtbaar worden. Deze gebieden bieden mogelijk ook kans om de Maas meer ruimte te geven zodat de versterkte dijken op bepaalde plekken minder verhoogd hoeven te worden.

Gevaar van piping
De Maasdijken staan bekend om de zandlagen in de ondergrond waardoor er kans bestaat op piping. Onder de dijk kunnen zich steeds groter wordende ‘kanaaltjes’ vormend die het zand wegvoeren waardoor de dijk kan instorten. Volgens William de Kleijn van het dagelijks bestuur van het waterschap Aa en Maas is geotechnisch inmiddels al veel bekend over piping als faalmechanisme. “Het gaat er nu nog om dat we gedetailleerd bodemonderzoek gaan doen en precies weten waar de klei- en zandlagen liggen en hoe dik ze zijn. Dan kunnen we veel nauwkeurigere risicoberekeningen maken en weten we beter hoe we de dijkversterking het beste kunnen aanpakken”, aldus De Kleijn.

Nieuwe technieken
Eventueel kan daarbij volgens hem gebruik worden gemaakt van de nieuwe technieken die in het kader van de Projectoverstijgende Verkenning (POV) Piping zijn ontwikkeld en nu worden getest. Het meest bekend is het verticale geplaatste zanddicht geotextielscherm. De Kleijn verwacht dat de kans op piping op veel locaties kan worden verminderd met het aanbrengen van kleilagen. ‘Maar op sommige locaties waar weinig ruimte is, zullen speciale technische voorziening, zoals het verticale geotextiel, al snel de meest efficiënte oplossing blijken te zijn”, zo verwacht De Kleijn.

DELEN