Tweede Kamer wil duidelijker financiële controle op drinkwaterbedrijven
|
|
Vraagt de VROM-Inspectie bij de controle van drinkwaterbedrijven een formeel advies bij de Nederlandse Mededingautoriteit (NMa) of gaat het om een vrijblijvend consultatie? Dat was afgelopen week de cruciale vraag in de Tweede Kamer bij de behandeling van het Drinkwaterbesluit. De Tweede Kamer vroeg demissionair minister Tineke Huizinga in het besluit duidelijker aan te geven hoe de financiële controle op de drinkwaterbedrijven wettelijk moet plaatsvinden. Op de achtergrond speelt de telkens terugkerende discussie over de spanning tussen de laagst mogelijke tarieven en de hoogst mogelijk drinkwaterkwaliteit.
Duidelijkheid over toezicht De VROM-Inspectie is de logische toezichthouder op de controle van de drinkwaterkwaliteit en de volksgezondheid en de NMa is de logische instantie om toezicht te houden op de benchmark en de financiële verantwoording. Dat beweerde Tweede Kamer-lid Anne-Wil Lucas-Smeerdijk (VVD) op 30 juni bij de behandeling van het ontwerp-Drinkwaterbesluit. Echter in de in 2009 aangenomen Drinkwaterwet is gekozen voor één toezichthouder en dat is de VROM-Inspectie geworden. Daarmee leek de kous af te zijn voor de telkens terugkerende discussie over het centrale toezicht op de jaarlijkse tariefstellingen in de drinkwatersector die een wettelijk geregelde regionale monopoliepositie heeft.
Formeel advies of vrijblijvende raadpleging Bij de behandeling van het Drinkwaterbesluit, dat een verdere verbijzondering regelt van de Drinkwaterwet, heeft het ministerie van VROM aangegeven dat de VROM-Inspectie voor de financiële beoordeling van de drinkwaterbedrijven ook gebruik kan maken van de expertise bij de Nederlandse Mededingingautoriteiten (NMa). VVD-Kamerlid Lucas-Smeerdijk vroeg zich af wat precies de rol is van het NMa bij de financiële beoordeling van de drinkwatertarieven. In een motie vroeg zij demissionair milieuminister Tineke Huizinga in het besluit helder aan te geven wat de taakverdeling is tussen enerzijds de VROM-Inspectie en anderzijds de NMa. Een Kamermeerderheid ging akkoord met deze VVD-motie.
Verplicht rapporteren over kosten Verder ging de behandeling van Drinkwaterbesluit vooral over meer transparantie in de kosten die drinkwaterbedrijven maken. CDA-Kamerlid Ad Koppejan wees minister Huizinga erop dat drinkwaterbedrijven wettelijk niet verplicht kunnen worden gesteld de kosten, waarop hun tarieven zijn gebaseerd, te specificeren. Minister Huizinga wees de Kamer erop dat de driejaarlijkse benchmark al inzicht geeft in de kostenopbouw. Desondanks stemde de Kamer met een motie van Koppejan die vraagt het Drinkwaterbesluit aan te passen en drinkwaterbedrijven bij wet te verplichten tot deze rapportage.
Aandeelhouder bewuster maken van buitenlandse waterprojecten Verder ging de Kamer akkoord met een motie van SP-kamer Paul Jansen die eist dat het Drinkwaterbesluit voorschrijft dat de kosten voor buitenlandse waterprojecten deel uit maken van de vermogenskostenvergoeding voor de aandeelhouders. SP-er Jansen beoogt daarmee dat de besluitvorming over deze waterprojecten zo nadrukkelijk bij de aandeelhouder op de agenda komen te staan.
Schmitz: één controleur volstaat Directeur Theo Schmitz van brancheorganisatie Vewin sluit zich aan bij minister Huizinga dat de controle bij de VROM-Inspectie ligt. "Verder delen wij de mening van de minister in haar reactie op de VVD-motie dat het toezicht bij één instantie hoort, en wel de VROM-Inspectie. De NMa kan dus door de VROM-Inspectie geconsulteerd worden." Wat hem betreft houdt de minister hiermee vast aan de uitkomst van eerdere politieke debatten. Schmitz wijst erop dat het ontwerp-besluit nu eerst voor advies nog naar de Raad van State gaat. In de motie-Jansen ziet Schmitz geen probleem "Als het gaat om de buitenlandse waterprojecten constateren wij dat de Kamer geen inperking wil, maar alleen dat Kamer ervoor wil zorgen de aandeelhouders expliciet hun besluiten nemen. Dat is prima wat ons betreft." |