Meer geld voor water in ontwikkelingslanden
|
|
Staatssecretaris Ben Knapen van Ontwikkelingssamenwerking wil de uitgaven voor schoon drinkwater, sanitaire voorzieningen, efficiënt watergebruik en veilige delta's fors verhogen. Het waterbudget stijgt van 156 miljoen euro in 2011 naar 254 miljoen euro in 2015. Dat maakte de staatssecretaris maandag 9 januari bekend tijdens een drukbezochte bijeenkomst bij kennisinstituut Deltares. Knapen: "Een deel van het geld kan indirect bij Nederlandse bedrijven terecht komen. Het is echter geen gedwongen winkelnering. Bedrijven moeten laten zien dat ze het waard zijn."
Het extra geld voor water kan, ondanks de bezuinigingen, worden vrijgemaakt omdat de Nederlandse overheid het aantal ontwikkelingslanden dat ontwikkelingshulp krijgt, vermindert van 40 naar 15. Het ontwikkelingsbeleid van dit kabinet richt zich op vier thema's, namelijk voedselzekerheid, water, seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. In 2011 startten de projecten met betrekking tot voedselzekerheid en in 2012 is water aan de beurt. In de brief die staatssecretaris Knapen maandag aan de kamer verstuurde wordt het programma uitgebreid toegelicht.

Staatssecretaris Ben Knapen van Ontwikkelingssamenwerking
Young Experts Ruim 150 belangstellenden verzamelden zich gisteren in de Zoet-Zouthal van Deltares voor de presentatie van staatssecretaris Knapen. Onder de aanwezigen waren opvallend veel jongeren. Een groot aantal studenten uit Wageningen en van de TU Delft woonden de bijeenkomst bij. Voor hen had de staatssecretaris een verrassing in petto. Via een Young Expert Program (een publiek-privaat initiatief) kunnen jongeren ervaring opdoen in ontwikkelingslanden. "De eerste experts vertrekken dit voorjaar", aldus Knapen. Ook voor directeur Nico Terra van het International Water and Sanitation Centre begon 2012 goed. Hij mocht een cheque van 10 miljoen euro voor de komende vijf jaar in ontvangst nemen.
Van aid naar trade Na de presentatie van de staatssecretaris was er gelegenheid voor reacties, vragen en discussie. Door de bedrijven, kennisinstellingen en brancheorganisaties werd daar gretig gebruik van gemaakt. "Van aid naar trade vereist inspanning. Ondernemend Nederland juicht toe dat de overheid makelaar wil zijn. Maar u zult niet verbaasd moeten zijn dat bedrijven u met enige argwaan tegemoet zullen treden", zei Menno Holterman, bestuurslid NWP en voorzitter van de stuurgroep Watertechnologie. Hij vervolgde: "Er zijn weinig bedrijven die risicodragend willen ondernemen in ontwikkelingslanden. Maar Nederlandse waterondernemers nemen de handschoen graag ter hand en staan te popelen om het eerste publiek-private project in te dienen."
Internationale samenwerking Directeur Joost Timmerman van Aqua Nederland geeft aan dat er bij mkb-bedrijven uit de watersector veel behoefte is om samen te werken met kleine, lokale partijen. In de praktijk is dat echter erg lastig. Zijn vraag was hoe mkb-bedrijven van het programma kunnen profiteren.
Kwartiermaker Jan Bout van de Topsector Water reageerde met een concreet voorstel op de vraag van Timmerman "We kunnen in de aangewezen landen gaan werken met deskundige front offices en in Nederland kunnen we een gespecialiseerde back office inrichten. De back office kan vragen vanuit de verschillende landen uitwerken en de contacten met bedrijven verzorgen. Bij internationale concerns is een dergelijke organisatie heel normaal, maar voor de overheid is dat nieuw. We moeten het ambassadepersoneel niet belasten met deze extra taken."
Coöperaties Ook Knapen erkent dat organisatie een bottle neck voor realisatie kan zijn en hij ziet een rol weggelegd voor ngo's. "In het programma voedselzekerheid hebben deze organisaties lokale boeren geholpen bij het opzetten van coöperaties. Zo ontstaan er organisaties waarmee mkb-bedrijven zaken kunnen doen. Op het gebied van water zijn dergelijke initiatieven ook noodzakelijk. In ontwikkelingslanden moeten mensen sowieso gaan betalen voor drinkwater want dat is een voorwaarde voor duurzaamheid. Er zijn dus organisaties nodig die zich gaan bezighouden met het leveren van drinkwater", aldus de staatssecretaris.
Werkbezoek Direct na de presentatie vertrok de staatssecretaris voor een werkbezoek aan Ghana en Benin. Hij gaat enkele projecten bekijken om zich in het veld te oriënteren. Voordat hij in Delft afscheid nam, benadrukte hij dat hij niet was gekomen om 'waterdichte' programma's te presenteren. Het OS Water-programma moet nog verder vorm worden gegeven en dat wil hij graag samen met de sector doen.
(WaterForum Online, 10 januari 2012)
|