Cuvettentest voor analyse zuurstofverbruik sterk in opkomst
|
|
Een analyse van het chemisch zuurstofverbruik (CZV) is de maat voor het gehalte aan organische stoffen in het water, en vormt daarmee de basis voor het vaststellen van de verontreinigings- of zuiveringsheffing. De traditionele analyse is bewerkelijk en vergt een hoog chemicaliënverbruik. Een nieuwere methode, de cuvettentest, is in opkomst. Hierbij wordt de lichtdoorlaatbaarheid van het reactiemengsel gemeten in een doorzichtig buisje (cuvet) waaraan chemicaliën zijn toegevoegd. Herman van den Berg, manager van het Waterschapslaboratorium Groot-Salland, is ervan overtuigd dat deze methode op termijn de traditionele meetmethode vervangt. De waterschappen kunnen hier zelf een belangrijke stap in zetten door de test op te nemen in de model-verordening voor het vaststellen van de heffing.

Bij de traditionele analyse worden de chemicaliën toegevoegd aan een monster, waarna het zuurstofverbruik titrimetisch wordt vastgesteld. Deze methode is grootschaliger, waardoor circa vijf keer zoveel chemicaliën nodig zijn. Tijdens een door testmethode-leverancier Hach-Lange georganiseerd symposium op 22 november in Gorinchem zette Herman van den Berg van het Waterschapslaboratorium Groot-Salland uiteen wat de voordelen en nadelen zijn van de cuvettentest ten opzichte van de traditionele analyse van het chemisch zuurstofverbruik (CZV) volgens NEN 6633. "Het streven naar duurzaamheid en de lagere kosten zullen bepalend zijn in de uiteindelijke keuze voor de cuvettentest. In ons laboratorium gebeurt de helft van alle CZV-analyses al met de cuvettenmethode", vertelt Herman van den Berg.
Discussie Al sinds het midden van de jaren tachtig speelt volgens hem de discussie rond de analyse van het chemisch zuurstofverbruik voor het vaststellen van de zuiverings- of verontreinigingsheffing. "Eerst ging het over het vaststellen van de heffing op basis van het TOC (totaal organisch koolstof) in plaats van het CZV. Toen bleek dat er geen duidelijke relatie bestond tussen het CZV en TOC, kwam er een alternatieve methode voor bepaling van het CZV." Daarbij won de cuvettentest, onder andere ontwikkeld door Hach-Lange, terrein. Deze test werd vastgelegd in de NEN-ISO 15705.
Geautomatiseerde opstelling Het waterschapslaboratorium Groot-Salland pakte de ontwikkeling met beide handen aan en ontwikkelde zelf een volledig geautomatiseerde opstelling voor de cuvettentest. "We hebben duizenden monsters afvalwater onderzocht met beide methoden. In het lage meetbereik tot 150 mg/l zijn de resultaten helemaal vergelijkbaar en in het hogere meetbereik van circa 500 mg/l ook binnen de marges die acceptabel zijn voor onze opdrachtgevers, de waterschappen."
Voordelen en nadelen cuvettentest Als voordelen van de cuvettenmethode noemt Van den Berg het lagere chemicaliëngebruik, de lagere kosten per analyse en het feit dat de cuvetten voor 95% worden gerecycled. De nadelen van de cuvettenmethode treden alleen op bij afvalwater met een hoog chloridegehalte en sterk inhomogene monsters. "De hoeveelheid monsters met een hoog chloridegehalte is echter zeer beperkt en dat geldt ook voor de sterk inhomogene monsters. En beide problemen zijn naar mijn mening oplosbaar."
Regelgeving Van den Berg is helemaal overtuigd, maar dat geldt (nog) niet voor alle waterschappen. Een deel van de terughoudendheid ligt in de regelgeving voor de bepaling van de verontreinigings- of zuiveringsheffing. Waterschappen gaan veelal uit van de model-verordening voor het vaststellen van heffing, zoals de Unie van Waterschappen jaarlijks opstelt. In de bijlage met voorschriften voor meting, bemonstering, analyse en berekening wordt in het hoofdstuk "Analysevoorschriften" voor de CZV-analyse alleen verwezen naar het normblad NEN 6633. Omdat de NEN-ISO 15705 (cuvettentest) hier niet is opgenomen, wordt deze in principe niet toegestaan.
Afwijken van verordening Er kan volgens de verordening echter van de analysevoorschriften worden afgeweken als aannemelijk wordt gemaakt dat de nauwkeurigheid van de uitkomsten van de analyse niet wordt beïnvloed. Op grond van dit artikel kan een bedrijf bij het waterschap/belastingkantoor een verzoek indienen om de cuvettentest te mogen toepassen. Vervolgens is het aan het waterschap/belastingkantoor welke eisen worden gesteld aan "het aannemelijk maken".

Nauwkeurigheid aantonen Tricijn Belastingen, die de heffingen van een aantal waterschapskantoren verzorgt, staat volgens heffingstechnoloog Rudy te Braak in principe niet afkeurend ten opzichte van de cuvettenmethode volgens NEN-ISO 15705. "Het bedrijf dat de methode wil toepassen, moet wel aantonen dat de nauwkeurigheid van de uitkomsten van de analyse voldoende overeenkomen met de uitkomsten die door analyse volgens de geldende methode worden verkregen. Dit betekent een vergelijkend onderzoek, waarbij naast standaardoplossingen ook bedrijfsafvalwatermonsters worden onderzocht. Om vast te stellen of de methoden vergelijkbaar zijn, hanteren wij de beoordelingscriteria die zijn afgeleid van NEN 7778. Dit is gelijkwaardigheid van meetmethoden."
Herhaaldelijk dubbel uitvoeren Waterschap Rivierenland schrijft volgens senior handhaver Tobias de Bruin een vergelijkbare werkwijze voor. "Naast het initiële vergelijkende onderzoek, schrijven we voor dat bedrijven enkele malen per heffingsjaar de analyse volgens beide methoden (laten) uitvoeren." De echte doorbraak van de cuvettenmethode voor de CZV-analyse zal waarschijnlijk pas plaatsvinden als de analyse volgens NEN-ISO 15705 in de regelgeving en verordeningen wordt opgenomen.
Voordelen en nadelen in overzicht
(WaterForum Online, 30 november 2011)
|