Dijkwachten: de ogen en oren van het waterschap
|
|
In het Maasgebied van Noord- en Midden-Limburg floreert een vrijwillige dijkwachtorganisatie. Bij hoogwater struinen driehonderd burgers - van VUT'ers tot leden van de buurtvereniging - de dijken af op zoek naar scheuren en beschadigingen. Zo nodig 24 uur per dag. Hun signalerende taak is voor het waterschap van essentieel belang, zegt Bert Smeets van Peel en Maasvallei. "Bij acuut gevaar bellen ze ons en kunnen we direct actie ondernemen."
Ellende Jan Stoffelen werkte tijdens de overstromingen van de Maas in de jaren negentig bij het waterschap. Limburg stond voor tien procent blank en hij zag de gevolgen met eigen ogen. Als projectleider waterkeringen bezocht hij mensen bij wie het water thuis een meter hoog stond. "Als je die ellende ziet, besef je meer dan ooit hoe belangrijk hoogwaterzorg is", zegt hij. Op 1 augustus dit jaar ging hij met pensioen en meldde zich direct aan als vrijwillige dijkwacht. Deels omdat hij zijn werk nog lang niet beu was. Maar ook als statement. "Ik wilde aangeven dat dijkbewaking een belangrijke taak is", aldus Stoffelen.
24 uur per dag Hij is bepaald niet de enige. Waterschap Peel en Maasvallei kan tijdens het hoogwaterseizoen - tussen 1 oktober en 1 april - rekenen op maar liefst driehonderd vrijwilligers die de dijken inspecteren. Bij hoogwater in de Maas zijn ze in ploegen 24 uur per dag op pad om toe te zien op de veiligheid. In speciale kleding van het waterschap, gewapend met zaklamp en mobieltje. 'Ze kijken bijvoorbeeld of er scheuren in de dijk zitten, of er kwelwater door de dijk stroomt, of de dijk wordt beschadigd door drijfhout", vertelt Bert Smeets, technisch adviseur waterkeringen en een van de 25 coördinatoren dijkwachten bij het waterschap. "Hun bevindingen melden ze bij hun coördinator en die verwerkt de informatie in een inspectierapport. Signaleren ze een acuut gevaar, dan bellen ze direct zodat wij onmiddellijk actie kunnen ondernemen."

Vrijwillige dijkwachten aan het werk
Zangkoor Het inspectiewerk is populair onder de Limburgers. Sinds het waterschap in 1996 begon met vrijwillige dijkwachten hebben Smeets en zijn collega's nooit om mensen verlegen gezeten. Dit jaar verwierven ze moeiteloos zeventig nieuwe kandidaten. "We hadden meer vrijwilligers nodig omdat in de omgeving van Venlo en Mook sinds 2010 een hoger beschermingsniveau geldt", aldus Smeets. "De dijken daar zijn verhoogd en verlengd." De dijkwachten zijn mensen van divers pluimage. VUT'ers en gepensioneerden, zoals Jan Stoffelen, maar ook leden van buurtverenigingen. Smeets: "We hebben bijvoorbeeld een zangkoor dat dijkwachten levert. Het werk is aantrekkelijk voor het verenigingsleven. Dijkwachten krijgen een vergoeding van vijftig euro per jaar. Als er zes mensen uit een club meedoen, is dat toch weer driehonderd euro voor de verenigingskas."
Achtertuin De voornaamste drijfveer is echter betrokkenheid bij het hoogwaterprobleem. "Veel mensen hebben de dijk zo'n beetje in hun achtertuin", verklaart Smeets. Ger Verbong is zo iemand. Sinds zeven jaar woont hij met zijn vrouw op vijftig meter afstand van de Maas. "Bij hoogwater, zoals in januari van dit jaar, zien wij het water soms met een halve meter per dag stijgen." Als loodgieter heeft hij altijd al 'iets gehad' met water en na de overstroming van 1995, toen het bedrijf waar hij werkte ontruimd moest worden, werd zijn interesse voor het dijkwachtwerk gewekt. "Ik heb me toen echter niet aangemeld, omdat ik zelf niet dicht bij de rivier woonde en ik dacht dat dat een vereiste was. Daarna was er jarenlang geen dreiging en dacht ik er niet meer aan. Tot afgelopen januari dus. Een kennis van me was al dijkwacht en vertelde over zijn ervaringen. Toen heb ik me ook aangemeld."
Dijkavonden Een flinke dosis motivatie is nodig, want er wordt van de dijkwachten de nodige inspanning verwacht om kennis te vergaren en te onderhouden. Vier maal per jaar organiseert het waterschap zogeheten dijkavonden. Daar leren de dijkwachten wat hun taken en verantwoordelijkheden zijn en waar ze bij de inspecties op moeten letten, onder meer aan de hand van foto's. Voor een les materiaalkennis bezoeken ze de hoogwaterloods van het waterschap. Smeets: "Daar laten we zien hoe bijvoorbeeld een demontabele kering en een sluiter eruit zien." Ook is er één tot twee keer per jaar een praktijkoefening, waarbij medewerkers van het waterschap samen met de vrijwilligers 'hun' dijk inspecteren. Elke dijkwacht wordt ingezet op een vast dijkvak van twee kilometer.
Tot hoever reikt de verantwoordelijkheid van de dijkwachten? "Hun taak bestaat puur uit signaleren", zegt Smeets. "Ingrijpen doet het waterschap zelf. Maar zonder de dijkwachten zouden we nooit zo nauwgezet alles in de gaten kunnen houden. Ze zijn de oren en ogen van het waterschap."
(WaterForum Online, 14 november 2011)
|