"Rampbestrijding overstroming in ruimtelijk beleid opnemen"
|
|
Volgens de Verenigde Naties is in Nederland van alle Europese landen het risico op overstromingen het grootst. "Helaas beseffen veel bestuurders en ambtenaren bij provincies, gemeenten en waterschappen dat niet voldoende", concludeert advies- en ingenieursbureau DHV in het rapport 'Verantwoorde Risico's bij dijkdoorbraak'. Bestuurders en ambtenaren zouden bij de ontwikkeling van bouwprojecten in risicogebieden verantwoording moeten afleggen over de waterrisico's, net zoals dat gebeurt bij gevaarlijke stoffen. Ook zouden de maatregelen in een kostenbaten analyse moeten worden afgewogen.
DHV heeft onderzoek gedaan naar waterrisico's en ruimtelijke ordening en gekeken hoe gemeenten, waterschappen en provincies daar het beste mee om kunnen gaan. Het rapport betoogt dat waterrisico's meer aandacht moeten krijgen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In ruimtelijke plannen moet bijvoorbeeld zijn opgenomen hoeveel mensen er in een risicogebied wonen en hoe die mensen na een eventuele dijkdoorbraak kunnen worden geëvacueerd. DHV pleit ervoor dat bestuurders en ambtenaren systematisch nagaan welke waterrisico's er zijn. Vervolgens kunnen zij maatregelen nemen die zijn gebaseerd op een openlijke afweging tussen kosten en baten. "Misschien blijkt dan dat het beter is om laarzen uit te delen dan om te kiezen voor dijkversterking", zegt auteur Simone van Dijk.

Meerlaagsveiligheid De opstellers van het DHV-rapport David de Smit, senior adviseur water, en Simone van Dijk, senior adviseur externe en integrale veiligheid, kwamen elk met hun eigen expertise al snel tot de conclusie dat waterrisico's onderbelicht blijven in de ruimtelijke ordening. "Dat is vreemd. Het risico op een overstroming is in Nederland vele malen groter dan het risico op een ongeval met gevaarlijke stoffen", aldus Van Dijk. Daarom stellen zij voor om een verantwoordingsplicht overstromingsrisico's in te voeren. "Dat geeft dan meteen een impuls aan de uitvoering van het meerlaagsveiligheidsbeleid uit het Nationaal Waterplan", stelt De Smit. De meerlaagsveiligheid bestaat uit preventie van overstromingen (1), het realiseren van duurzame ruimtelijke planning (2) en rampenbeheersing (3). Smit en Van Dijk kwamen al snel tot de conclusie dat er met betrekking tot waterveiligheid geen verantwoorde risico's worden genomen, zoals dat wel het geval is bij gevaarlijke stoffen.
Calamiteitenbeheersing "In het Worldriskreport 2011 van de VN wordt Nederland zelfs genoemd als het land waar het overstromingsrisico het grootst is", voegt De Smit toe. "Dat soort informatie kan bijvoorbeeld ook gevolgen hebben voor het vestigingsbeleid van bedrijven. Die zullen de risico's zeker afwegen. Een goede calamiteitenbeheersing is voor grote, internationale bedrijven essentieel. In de externe veiligheid is het bepalen van verantwoorde risico's heel gewoon", zegt Van Dijk. "Ik wil daarbij graag aantekenen dat regionale overheden wel ruimte moeten krijgen om zelfstandig keuzes te kunnen maken", voegt De Smit toe.
Bewustwording Voor het onderzoek voerden De Smit en Van Dijk vele gesprekken met mensen uit het veld. Uit die gesprekken bleek dat een aantal mensen onbekend is met de aanpak binnen het externe veiligheidsbeleid. Zij waren, nadat ze kennis hadden genomen van de theorie, verrast dat er met betrekking tot waterveiligheid geen verantwoording wordt afgelegd over de risico's. Van Dijk: "We hopen dat dit rapport leidt tot bewustwording. We denken er over om binnenkort een workshop te gaan geven over het onderwerp."
(WaterForum Online, 25 oktober 2011)
|