Binnenvaart: nieuwe regels voor lozingen op het water
|
|
Onze rivieren worden schoner. In de eerste plaats door betere afvalwaterzuivering van huishoudens en industrie. Maar daarnaast zorgt ook het verminderen van verontreiniging door de binnenvaart voor een verbetering van de ecologie en de drinkwaterkwaliteit. Nieuwe wetgeving en de controle op de uitvoering moeten de emissies op het water verder terugdringen.

(foto: Wikimedia commons)
Wetten Nederlandse wet- en regelgeving, zoals de Natuurbeschermingswet en de Flora- en Faunawet, biedt garanties voor verantwoord vaarwegbeheer op onze rivieren. Rijkswaterstaat voert deze wetten en regels uit volgens een gedragscode uit 2010, afgestemd op de Flora- en faunawet. In deze code staat bijvoorbeeld dat het baggeren van vaargeulen buiten het broedseizoen moet plaatsvinden in verband met foeragerende vogels. Bij het baggeren houdt Rijkswaterstaat ook rekening met het stormseizoen en het recreatieseizoen. Deze voorwaarden worden meegegeven aan aannemers die het onderhoud uitvoeren.
Europese regelgeving De lozingen op de binnenwateren zijn opgepakt door Europese overheden. In november 2009 is het 'Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart' (CDNI) in werking getreden, en tegelijk daarmee het Nederlandse Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart en de Regeling scheepsafvalstoffen Rijn- en binnenvaart. Naleving en handhaving van deze regels moeten de emissies door de binnenvaart in de verdragslanden Nederland, Duitsland, België, Frankrijk, Zwitserland en Luxemburg verder terugbrengen. In Nederland zorgt Rijkswaterstaat hiervoor in samenwerking met de Inspectie van Verkeer en Waterstaat. Veiligheid bij het vervoer van (milieu)gevaarlijke stoffen is daarbij een belangrijk thema. Ongelukken, waarbij de lading in het water terechtkomt, kunnen vanzelfsprekend leiden tot forse milieuschade.
Verzameling scheepsafval Sinds 1 januari 2011 betaalt de binnenscheepvaart de verzameling, afgifte en inname van olie- en vethoudend scheepsbedrijfsafval geheel zelf, door middel van een indirecte verwijderingsbijdrage, die als opslag op de gebunkerde gasolie wordt geheven: € 7,50 per 1000 liter gebunkerde gasolie.
Milieu-investeringen De CDNI-landen werken aan extra financiële prikkels voor de binnenvaart om hun emissies te verminderen. "Zo zouden minder vervuilende binnenschepen wellicht een lagere verwijderingsbijdrage kunnen gaan betalen dan vervuilende schepen. Ook zou de hoogte van de verwijderingbijdrage mede afhankelijk kunnen zijn van milieu-investeringen aan boord van een binnenvaartschip. Dit alles is nog onderwerp van discussie tussen de verdragspartners", aldus een woordvoerster van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Alleen gezuiverd afvalwater Zowel goederenvervoer als passagiersschepen ontkomen niet aan de aangescherpte regelgeving. Het is per 1 januari 2012 verboden voor passagiers- en hotelschepen met een capaciteit van meer dan 50 personen om het huishoudelijk afvalwater op het oppervlaktewater te lozen. Die schepen mogen alleen gezuiverd huishoudelijk afvalwater lozen, of zij moeten dat aan de wal afgeven. De verwachting is dat hierdoor jaarlijks ongeveer 224.000 kubieke meter minder huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewater terecht komt.
Geen huisvuil lozen Daarnaast geldt sinds juli 2011 een algeheel lozingsverbod voor vuilnis op het water. Deze nieuwe regelgeving wordt op 1 januari 2013 wereldwijd van kracht. Op veel plaatsen zijn aanlegvoorzieningen steeds meer ingericht op deze nieuwe situatie, waaronder 'slimme' mogelijkheden voor het inleveren van afval aan kade of steigers.
Fiscale voordelen De Nederlandse binnenvaartsector kan sinds 2008 fiscaal aantrekkelijk investeren in milieuvriendelijke apparatuur via de 'MIA\VAMIL regeling'. Het fiscale voordeel kan oplopen tot 40% van de investeringskosten. De overheid streeft naar een bredere toepassing van milieuvriendelijkere apparatuur en technieken voor binnenvaartschepen, zoals een afvalwaterbehandelingsysteem aan boord (IBA).
Uitstel realisatie KRW-doelen In het huidige waterbeleid legt de overheid de hoogste prioriteit bij de veiligheid tegen overstromingen en de zoetwatervoorziening, boven grootschalige ecologische investeringen. Maar tegelijk wordt vastgehouden aan de doelstellingen uit de Kaderrichtlijn Water. Wel is sprake van uitstel: de realisatietermijn tot 2027 zal "maximaal worden benut".
Bezuinigingen Het Rijk bezuinigt in deze kabinetsperiode 150 miljoen euro op de middelen voor waterkwaliteit. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Infrastructuur en Milieu kan dit de uitvoering van ecologische maatregelen in de rijkswateren vertragen, waaronder de aanleg van vistrappen en natuurvriendelijke oevers.
(WaterForum Online, 19 oktober 2011)
|