"Op sommige strategische plekken kun je waarschijnlijk die doorbraakveilige deltadijken realiseren, bijvoorbeeld de Grebbedijk tussen Wageningen en Rhenen, vindt deltacommissaris Wim Kuijken. Maar hij beschouwt het concept van de doorbraakvrije en vooral stevige dijken, zoals het Planbureau voor de Leefomgeving in een zojuist verschenen rapport propageert, als slechts een van de opties die de veiligheid tegen het water verhogen. "Niet alle gebieden lenen zich voor deze aanpak, er moet ook ruimte voor zijn. Dit moet je per gebied bekijken. De investeringen voor doorbraakveilige dijken zijn bovendien hoog. Het is dan nuttig te bekijken of we er andere functies aan kunnen koppelen. Komende jaren zal moeten blijken waar dit nuttig is."
Door: Loes Elshof
Dijken verstevigen of 'aanpassen' "Ik bracht zojuist een werkbezoek aan het gebied tussen het Veluws Massief en de Utrechtse Heuvelrug", vertelt Wim Kuijken. "Hier loopt de 5 km lange Grebbedijk tussen Rhenen en Wageningen die een groot en economisch belangrijk achterland beschermt, waaronder 'foodvalley' Wageningen. Hier zou je wel zo'n Deltadijk kunnen maken, die je ook nog eens extra breed kan maken. Waarna je er allerlei functie aan toe kan voegen."
"Maar in Dordrecht bijvoorbeeld, kun je dit soort dijken niet eenvoudig inpassen. Op zo'n plaats kom je toch uit op aanpassingen van het bestaande stedelijke gebied, door het bestendig te maken tegen schade door overstromingen. Een goed voorbeeld hiervan is Hamburg, met loopbruggen en waterbestendige bebouwing , bijvoorbeeld een 'plint' van 10 meter hoogte met niet vitale functies en afsluitbaar is. Of New York, dat werkt aan plannen om het waterfront bestendig te maken tegen overstroming", aldus de deltacommissaris, die anderhalve week terug een werkbezoek bracht aan de Verenigde Staten en Canada om daar te spreken over waterveiligheid.
"Ik geloof wel in het concept van de risicobenadering, zoals in het advies van de Raden voor de Leefomgeving en Infrastructuur wordt geadviseerd. We zullen daarbij vooral de achterdeur van de Randstad - waar de invloed van de rivieren en de zee groot is - goed moeten beschermen."

Werkbezoek Wim Kuijken (links) aan de Grebbedijk (foto Waterschap Vallei en Eem)
Majeure prestatie Deltacommissaris Wim Kuijken zit er ontspannen bij. Afgelopen week heeft het kabinet het door hem opgestelde tweede Deltaprogramma aangeboden aan de Tweede Kamer. "We hebben ons advies ingediend. Heel transparant. En openbaar. Er is geld voor de speerpunten. Staatssecretaris Atsma heeft samen met de waterschappen de tekorten opgelost. Deze kabinetsperiode zijn alle maatregelen gefinancierd. Er is geld voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma, de versterking van de Afsluitdijk, onderhoud van de waterkeringen. En voor het eerst is er een fonds gekomen. Het Deltafonds, dat structureel financiën regelt voor de veiligheid en zoetwater, wat echt grote winst is."
Coalitieland "Het is bijzonder dat je - als deltacommissaris - vanuit een relatief onafhankelijke positie zo'n advies kunt geven. Dat past goed in Nederland, een coalitieland, waar wordt gepolderd, overlegd met heel veel partners om tot consensus te komen. Dat duurt vaak lang, maar levert ook heel veel betrokkenheid en kwaliteit. Ik houd het tempo er in. De werkwijze is ook heel existentieel voor dit land: het mag hier niet fout gaan met het water. Dan zijn de gevolgen niet te overzien. Ik voel daarin de grote verantwoordelijkheid van mijn taak."
Nog geen zekerheden Kuijken vraagt in het Deltaprogramma aandacht voor de financiering van de veiligheid na 2020. Maar hij relativeert tegelijk: "Dat is niet morgen." Jaarlijks zal hij een rapportage van de vorderingen maken. Dat er volgens critici niet heel veel verrassingen in het tweede deltaprogramma zitten, stoort hem niet. In tegendeel. "Ik wil betrouwbaar en voorspelbaar zijn, niet per se verrassend."
Verfijning Dat hij daarmee niet alle voorpagina's haalt, maakt hem niet uit. Bovendien - redeneert hij - is de toekomst al onzeker genoeg, met variabelen als zeespiegelstijging , rivierwaterafvoer, bodemdaling, en rivierafvoer waar nog geen absolute zekerheden in zijn. "Je meet telkens weer deze zaken. Gaandeweg zal er steeds meer duidelijkheid komen en daarmee komt ook de verfijning in de maatregelen. De besluitvorming krijgt de komende jaren steeds meer vorm. Een belangrijk ijkpunt zijn de deltabeslissingen in 2014-2015. Iedere keer stellen we maatregelen voor een periode van zes jaar, geven een doorkijk naar een termijn van 12 jaar, en houden daarbij de focus op de lange termijn, na 2050."
Geld voor speerpunten "De rapportage is zo opgesteld dat ik geen voorkeur geef. Dat is aan de politiek. Maar ik zal niet aarzelen om zaken aan te kaarten, als die naar mijn zin veel te lang duren. We gaan niet soebatten met de veiligheid Die rol geef ik mijzelf. Zoals het verbeteren van de veiligheid van de zeewering bij Petten, waar twee jaar geleden te weinig vooruitgang in zat en waar Minister Eurlings vervolgens een besluit nam. Gelukkig voel ik mij gesteund door de Tweede Kamer, die het wetsontwerp voor de Deltawet unaniem heeft aangenomen. Hij heeft mij gevraagd de aandacht te richten op twee speerpunten, veiligheid en het waarborgen van de zoetwatervoorziening in de toekomst. In het Deltaprogramma overleg ik met provincies, gemeenten, ministeries, Rijkswaterstaat en waterschappen welke investeringen er per gebied nodig zijn."
Regio's zelf aan zet Door de bezuinigingen hoeven regio's, die veiligheidsmaatregelen aangrijpen om ook economische en ecologische verbeteringen door te voeren, voor dat doel op weinig geld uit 'Den Haag' te rekenen. Het geld in het Deltafonds is voor de opgaven voor veiligheid en zoetwatervoorziening. Kuijken roept de regio's op vooral zelf werk te maken van hun integrale plannen en ambities en hierin mee te investeren. Als voorbeeld noemt hij de plannen bij Nijmegen, waar 'Ruimte voor de Waal' de aanzet vormt voor een integrale gebiedsontwikkeling langs de oevers. Een ander voorbeeld is de ontwikkeling aan de Maas die ruimte biedt voor overtollig rivierwater en waar tegelijk nieuwe recreatiemogelijkheden ontstaan. Kuijken roept de regio's op om met hun ambities aan de slag te gaan en hierin creatief te zijn. Deze situatie hoeft allerminst een afkalving te betekenen van het breed ingezette Deltaplan. "Er zal wel eens een plan niet doorgaan, maar als plannen goed in elkaar zitten en breed worden gesteund kunnen deze op termijn worden uitgevoerd."
Kaderrichtlijn water Ondanks de aanvankelijke goede voornemens, is het ecologische belang - en daarmee ook de Kaderrichtliijn water - in het huidige tij ondergesneeuwd geraakt, zo ook in het Deltaprogramma. Kuijken: "Het is een politieke keuze dat 'waterkwaliteit' als doel uit de wet is gehaald." Hij benadrukt dat er in het Deltaprogramma veel aandacht uitgaat naar de Nederlandse zoetwatervoorziening, die een relatie heeft met de waterkwaliteit. "Het besluit om de Haringvlietsluizen toch op een kier te zetten, is een voorbeeld van een ecologische maatregel." Hij heeft niet de indruk dat de Nederlandse reputatie in het buitenland door de commotie rond het 'kierbesluit' is geschaad: "Ik ben er nog door niemand op aangesproken." Dat Nederland daarmee de eisen uit de Kaderrichtlijn Water hoogstwaarschijnlijk niet haalt, bekijkt hij pragmatisch: "Dan doe je er misschien iets langer over."
(WaterForum Online, 28 september 2011)
|