Ontwikkeling nieuwe watertechnologie versnellen door samenwerking
|
|
Het vermarkten van innovaties in watertechnologie kost tijd. Voor de Topsector Water zijn baanbrekende innovaties echter cruciaal. Waterforum vroeg zich af of de ontwikkeltijd van nieuwe technologie niet kan worden bekort. Die vraag stelden we aan Mark van Loosdrecht van de TU Delft, Eppo Bruins van Technologiestichting STW en Cora Uijterlinde van de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer STOWA. Over één aspect waren de drie het eens: "Een goede samenwerking tussen de aanbieder van technologie, de gebruiker en de onderzoeker geeft een grotere kans op het (sneller) slagen van een innovatie."
Markt moet wennen aan vernieuwing "Het doorontwikkelen van nieuwe technologie kost niet altijd veel tijd," stelt Van Loosdrecht. "maar je hebt ook te maken met een markt die aan het idee moet wennen, de zogenaamde incubatietijd." Als voorbeeld neemt de hoogleraar milieubiotechnologie de Anammox-bacterie, één van de vele onderzoeken waar de TU Delft, mede met STW-financiering, aan meewerkte . De bacterie is al ontdekt in het begin van de jaren '80, maar pas in 2002 volgde de eerste full-scale reactor. Er lag dus een lange periode tussen de ontdekking en de eerste installatie. De tijd verstreek als gevolg van extra onderzoek, patentkwesties en de zoektocht naar een marktpartij. "Pas toen Paques het initiatief nam, versnelde de ontwikkelling." Van Loosdrecht ziet overigens geen directe noodzaak tot versnelling. "Soms moet je gewoon accepteren dat iets langer duurt en tijd nodig heeft. Doelgerichte samenwerking tussen de onderzoeker en een betrokken marktpartij zal zeker leiden tot snellere resultaten."
Richten op fundamenteel toepassingsgericht onderzoek De laatste opmerking van Van Loosdrecht klinkt Eppo Bruins als muziek in de oren. De Technologiestichting STW, waar Bruins directeur is, richt zich met name op die samenwerking tussen de onderzoeker en gebruikers. "In de wetenschap heb je technologische uitvindingen en fundamentele ontdekkingen. Technologische uitvindingen zijn vooral gericht op verbeteringen en kunnen snel de markt op. Fundamentele ontdekkingen kunnen een veel langere tijd in beslag nemen voordat duidelijk is welke toepassing in het verschiet ligt." Toepassingsgericht onderzoek is bij STW doorslaggevend en dat leidt tot een kortere tijd tot marktintroductie. "Door bij het ontwerp van onderzoeksplannen de eindgebruiker te betrekken, wordt het toepassingsgericht, zonder daarbij geweld te doen aan de kwaliteit van het wetenschappelijk onderzoek. Een tweede minstens zo belangrijke beïnvloedende factor is geld. Als er veel geld valt te verdienen met een innovatie, zal het ontwikkelingstraject korter zijn."
Kleinere risico's vergoten slagingskans STOWA is één van de partijen die met kennis en financiële middelen bijdraagt aan onderzoek. "Wij richten ons hierbij op toegepast onderzoek van nieuwe ontwikkelingen." Volgens Cora Uijterlinde zijn er diverse aspecten die de introductie van vernieuwingen beïnvloeden. Belangrijk is welke voordelen er te behalen zijn, hetzij op milieugebied maar zeker ook op financieel gebied. Andere bepalende aspecten zijn de eenvoud van de inpassing, de mate van risico en de hoogte van de benodigde investering. "Als je dit betrekt op een afvalwaterzuivering is het zo dat een kleine aanpassing in de sliblijn veel sneller in de markt wordt toegepast dan een grote aanpassing in de hoofdstroom van een zuivering. De kans voor nieuwe ontwikkelingen is mijn inziens groter als er een relatief eenvoudig terugvalscenario is en er dus een kleiner risico is."
Meningen over 'kant-en-klare' pilotplants zijn verdeeld Opvallend is dat Van Loosdrecht, Bruins en Uijterlinde niet op één lijn zitten over de invloed van een centrale testsite voor pilots ten behoeve van de snellere introductie van vernieuwingen. Bruins en Uijterlinde zijn van mening dat dergelijke voorzieningen zeker leiden tot een versnelling, maar Van Loosdrecht heeft zijn bedenkingen. "Een praktijkgerichte pilot zie ik wel als voordeel, maar alleen als dit plaatsvindt bij een betrokken marktpartij. Die betrokkenheid is van groter belang dan de eenvoud van het opzetten van een pilotinstallatie op een centrale faciliteit." Dat is dan meteen een punt waar de ervaringsdeskundigen wel eenduidig in zijn. "Samenwerking tussen de onderzoekers en betrokken marktpartijen en eindgebruikers leiden zeker tot betere kansen op slagen voor vernieuwingen in de watertechnologie."
(WaterForum Online, 31 augustus 2011)
|