|
|
Boeren kunnen waterpeil beheren op eigen akker
|
|
Boeren die zelf waterstuwen bedienen? Nachtmerrie of innovatief scenario voor het Nederlandse waterbeheer? Feit is dat steeds meer agrariërs kampen met waterproblemen, veelal droogte, maar ook vernatting. De gewasopbrengsten lopen hierdoor terug, aanvullende beregening bij droogte is kostbaar. Op grondgebied van drie provincies in Oost-Nederland is deze zomer een project gestart waarbij vijftien boerenbedrijven samen met de waterbeheerders aan de slag gaan met maatregelen waarmee zij de waterhuishouding van hun grondpercelen kunnen beïnvloeden. Zoals peilbeheer op eigen terrein, grondbewerking en experimenten met andere gewassen.
De boeren worden begeleid door de projectorganisatie van 'Landbouw op peil'. Projectleider Jantine Langenhof: "We dachten dat het moeilijk zou zijn om boeren te werven, maar de agrariërs blijken zeer gedreven om mee te doen en iedereen ziet duidelijk de meerwaarde van dit praktijkgerichte onderzoek." Op dit moment wordt voor alle deelnemers een bedrijfswaterhuishoudingsplan opgesteld. Dit najaar start de uitvoering. "We kunnen er allemaal beter van worden", zegt akkerbouwer Nico Enting uit Orvelte.
Gewasschade door wateroverlast Het besef dat er iets moet veranderen dringt door bij steeds meer boeren, zoals Meindert Smid, veehouder uit Wezup, een van de vijftien deelnemers van 'Landbouw op peil'. Hij lijdt schade door wateroverlast op de akkers waar hij maïs en gras verbouwt voor zijn koeien. Hoewel hij nu nog niet weet met welke maatregelen hij straks aan de slag gaat, heeft hij al veel kennis opgestoken. "Het is leerzaam om te zien hoe het werkt met waterpeilen en beheer. Water wordt toch steeds belangrijker in de toekomst, we moeten leren om hier beter mee om te gaan", zegt hij.
Vitale landbouw Jantine Langenhof: "Veen of klei ondergrond, droog of nat, landbouw of veeteelt. Een vooruitstrevende of behoudende bedrijfsvoering. Veehouders of landbouwers. Er zijn veel verschillen tussen de deelnemende bedrijven, maar overeenkomst is dat ze allemaal zijn gelegen op hoge, vrij afwaterende zandgronden. De variatie zit in de ligging, de grondsoorten, de soort bedrijfsvoering, de weersomstandigheden en de wijze van onderhoud. De agrariërs krijgen door klimaatveranderingen steeds vaker te maken met droogte en wateroverschotten. Te veel water blijken de boeren vaak zelf wel te kunnen oplossen, maar droogte maatregelen hebben een sterke impact op de bedrijfsvoering. We willen onderzoeken hoe we er in de toekomst voor kunnen zorgen dat een 'vitale landbouw' mogelijk blijft."
Het gaat er volgens haar om beter inzicht te krijgen in de gevolgen van wisselende grondwaterpeilen op landbouwopbrengsten, in de gevoeligheid van gewassen voor langere natte en droge perioden en in de mogelijkheden om gewassen te ontwikkelen met een hogere resistentie tegen peilfluctuaties. Het onderzoek heeft Europese subsidie ontvangen. De waterschappen uit het deelstroomgebied Rijn-Oost (Rijn en IJssel, Reest en Wieden, Velt en Vecht en Regge en Dinkel), de provincies Overijssel, Drenthe en Gelderland, LTO-Noord en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I) werken hierin samen met individuele agrarische bedrijven.
Peilbeheer en terrassenbouw Eén van de uit te testen maatregelen is peilbeheer op eigen grond, daarbij kunnen boeren zelf bijvoorbeeld de waterstand tijdelijk verhogen bij droogte. Bij een aantal agrariërs wordt peilapparatuur en mogelijk een extra boerenstuw geïnstalleerd. Anderen krijgen ondiepe 'nauwe drainage' of peilgestuurde drainage. Deze technieken zijn populair: "Alle boeren willen dat wel proberen, maar daar is helaas geen geld voor binnen dit project. Ook willen we juist een diversiteit aan maatregelen uitproberen om de resultaten van het onderzoek zo breed mogelijk uit te kunnen zetten", licht Jantine Langenhof toe. Bij andere boeren wordt de grond geschikter gemaakt voor wateropname. Soms door grondbewerking, maar soms ook juist door de grond met rust te laten, die wordt daardoor sponziger."
Eén van de bedrijven, Maatschap Poppink uit Reutem, past deze techniek al toe: naast het 'niet ploegen', wordt gezorgd voor het juiste percentage organische stof in de bodem (die wordt bereikt met een juiste C/N ratio in de drijfmest). Ook wordt in het onderzoek de terrassenbouw beproefd. Een vlak hoger en lager gedeelte geeft meer mogelijkheden bij de verbouw van gewassen met verschillende waterbehoefte. Ook gaat een boer experimenteren met een nieuwe grassoort, waar een betere opbrengst van wordt verwacht. "De boeren wilden niet zo ver gaan dat zij bijvoorbeeld een geheel ander gewas proberen, bijvoorbeeld lupine - om te gebruiken als grondstof voor brandstof. Daar is de tijd kennelijk nog niet rijp voor." Ook krijgt een van de bedrijven het advies om een eigen bosperceel als waterberging te gebruiken, waaruit bij droogte water kan worden opgepompt. "Daar had de boer zelf nog niet aan gedacht." Tot slot wordt geëxperimenteerd met zuiniger vormen van irrigatie op de percelen, bijvoorbeeld druppelirrigatie.
Bedrijfswaterhuishoudingsplan Voor alle bedrijven wordt in september een individueel Bedrijfswaterhuishoudingsplan gepresenteerd, waarin alle maatregelen staan beschreven - ook die niet in dit project worden meegenomen, maar wel mogelijk zijn. "Groot winstpunt is dat wij in overleg met de agrariërs kijken naar de oplossingen. Zij kennen hun grond al jarenlang, zij weten wat de problemen zijn", zegt projectleider Jantine Langenhof. Onderdeel van de kennisuitwisseling binnen het deze groep agrariërs zijn bedrijfsbezoeken over en weer. Een boer vertelde dat hij landbouwplastic over een duiker plaatste en dat bij droogte weghaalde. De anderen reageren daar weer op met eigen tips."

Omgekeerd soepbord Akkerbouwer Nico Enting omschrijft de ligging van zijn bedrijf als een omgekeerd soepbord: "En ik zit daar bovenop." De grond is snel te droog vanwege de sterke afvoer via de waterschapssloten, licht hij toe. "Toch kan ook teveel vocht voor serieuze problemen zorgen, omdat bijna overal een meer of minder doorlaatbare leemlaag in de ondergrond zit." In overleg met de deskundigen is er een voorstel om een brede en ruim twee meter diepe waterschapssloot, over een lengte van zo'n 500 meter, met ruim 1 meter te verdiepen. Op het hoogste punt van de Entings land is deze sloot ruim vier meter diep en staat bijna altijd droog, juist als er vocht nodig is. "Deze fungeert daarmee als een enorme "onttrekkingsleiding" van het dan juist noodzakelijke bodemvocht. Het grondwaterpeil is in het groeiseizoen ver verwijderd van de plantenwortels, zodat beregenen voor vocht moet zorgen als het van nature niet, of onvoldoende valt."
Geen wateroverlast voor buren Enting vervolgt: "Voor de waterafvoer verandert er straks niets, maar via natuurlijke weg staat er dan wel water - hoewel dieper onder maaiveld - dichter bij mijn land in een sloot die nu meestal van april tot en met oktober droog staat. Bij droogte kan ik dan met het op natuurlijke wijze aangevoerde oppervlaktewater een deel van mijn percelen beregenen. Andere opties vielen af, omdat daarmee wateroverlast zou kunnen ontstaan voor mijn buren, die iets verderop - ondanks een (veel) lagere maaiveldhoogte van hun percelen - op dezelfde waterschapssloot afwateren. Dit afvoerwater moet (nu nog) als het ware door het hoogste punt van het omgekeerde soepbord heen, waarop ik boer. Liever zag ik dat dit water via natuurlijke weg de andere kant op zou afwateren, maar daar schijnt de tijd nu nog niet rijp voor te zijn. Het water moet dan via een ander waterschap afgevoerd worden."
Niet vlak Enting wil zelf wel meewerken met zijn trekker bij het verwijderen van de grond. Voor zandig materiaal heeft hij wel diverse "ingesloten laagtes" in zijn percelen. "Wie zegt dat Nederland vlak is? Hier niet!" Als er leem onder uit de sloot komt, zou dat vervoerd kunnen worden naar het nabij gelegen Natura 2000-gebied Elperstroom. Daar is het plan om (nog meer) sloten ondieper te maken, om vernatting te bevorderen en dat kan prima met leem. Ik wil graag verbetering doorvoeren en op deze manier zou elke partij voordeel kunnen behalen."
Boerenstuwen Langenhof: "Eigenlijk willen we ernaar toe dat agrariërs op hun eigen grond zelfvoorzienend zijn in hun waterhuishouding. Daarbij zullen we zeker de grenzen op zoeken - daarvoor is het ook een onderzoeksproject. Een aandachtspunt is het contact met de omgeving. "Het is natuurlijk niet de bedoeling dat de boeren het water voor hun buren weghalen. Ook gaat het bij het peilbeheer niet om het bedienen van stuwen in waterlopen buiten het terrein, maar gewoon om kleine 'boerenstuwen'. Eigenlijk gaan we terug in de tijd. Vroeger bediende de boeren zelf hun stuwtjes: een schot eruit of erin. Daarna namen de waterschappen het beheer over. We hebben jarenlang gewerkt vanuit rekenmodellen. Niet dat die rekenmodellen fout zijn, maar het blijkt dat je soms toch beter moet kijken wat in de situatie ter plaatse het beste is, de agrariër kent zijn land het beste." De proef duurt twee jaar, maar het liefst zou Langenhof wat langer doorgaan om goed te kunnen monitoren wat de resultaten zijn van de maatregelen. "We willen minimaal twee groeiseizoenen meemaken, om te kijken wat er gebeurt."
Kennisdeling De communicatieve vaardigheden van de deelnemers vormden een aandachtspunt bij de selectie van deelnemers. Jantine Langenhof: "We vinden het belangrijk dat de boeren in hun omgeving ook hun kennis delen over waterbeheer en de opgedane ervaringen. Erkenning van de kennis van de boeren lijkt een essentiële factor in het project. Akkerbouwer Enting vindt de wisselwerking met de specialisten zeer interessant. "Maar je hoeft niet overal voor doorgeleerd te hebben. Met gezond boerenverstand is in de praktijk veel te bereiken! Wij horen onze grond jaarrond toch als beste te kennen? Daar kan geen kaart van een kantoor tegenop."
Meer informatie op www.landbouwoppeil.nl
(WaterForum Online, 30 augustus 2011)
|
|
|