Waterschappen op zoek naar diervriendelijke bestrijding muskusrat
|
|
Waterschappen zijn sinds dit jaar verantwoordelijk voor de muskusrattenbestrijding, voorheen de taak van de provincie. De waterschappen moeten werk maken van de noodzakelijke bezuiniging op de prijzige muskusrattenbestrijding die 35 miljoen euro per jaar bedraagt en bovendien veel dierenleed veroorzaakt. Waterschappen en dierenbeschermers trekken gezamenlijk op in een grootschalige veldproef op zoek naar alternatieve strategieën om het schadelijke diertje in te dammen. Bijvoorbeeld door gaasbekleding aan te brengen op dijken, zo nodig aangevuld met seizoensbestrijding.
Overal in Europa komt de muskusrat voor, maar vanwege de hoge overstromingsrisico's in Deltagebied, is het gevaar van ondergraving van dijken in Nederland het grootst. Nog regelmatig worden dijken beschadigd door de muskusrat en beverrat. "Gelukkig zijn we er telkens nog op tijd bij geweest", zegt Dolf Moerkens, landelijk coördinator muskus- en beverrattenbestrijding en werkzaam voor de Landelijke Coördinatie Commissie Muskusrattenbestrijding.
De muskusrat komt oorspronkelijk uit Canada. Hij werd ongeveer 100 jaar geleden ingevoerd door een Tsjechische graaf, die het dier dacht te kunnen gebruiken voor de pelsindustrie. Toen de rattenpels van onvoldoende kwaliteit bleek, werden de diertjes losgelaten en verspreidden zich over Europa. Door de schade die zij aanrichten, worden de dieren al jarenlang bestreden: in 'topjaar' 2004 werden ruim 400.000 muskusratten in Nederland gedood.
Europese regels over humane vangst De Europese regels voor de vangst van muskus- en beverratten zijn de laatste jaren aangescherpt. De uitvoerders hebben sinds 1995 te maken met een Europese verordening, die het gebruik van een wildklem verbiedt. Op Europees niveau wordt sinds 2004 onderhandeld over wetgeving op het gebied van humane vallen voor de bestrijding van onder meer muskusratten. Het gebruik van de verdrinkingskooien voor muskusratten staat internationaal ter discussie, aangezien dieren hierin een langzame dood sterven. Al in 2004 heeft de Europese Commissie een voorstel ingediend voor een richtlijn voor de humane vangst van in totaal negentien in het wild levende diersoorten met behulp van vallen. Het voorstel is echter nog niet goedgekeurd door het Europees Parlement. De verwachting is dat de Europese Commissie rond 2014 met een nieuw voorstel komt.
Bestrijdingstrategieën Na jaren van discussie en tegenwerpingen - voornamelijk uit de hoek van de landbouw - zal mogelijk vanaf volgend jaar in Nederland een omvangrijke veldproef starten naar de efficiëntste en diervriendelijkste bestrijdingsmethoden. Er is nog een bestuurlijk besluit nodig over de uitvoering van de proef. Het plan is om twaalf tot vijftien proeflocaties verspreid over het hele land in te richten, variërend in grootte van enkele vierkante kilometers tot hele polders. In het onderzoek worden verschillende alternatieve maatregelen beproefd. Eén daarvan is niet bestrijden, en kijken wat er gebeurt. Een tweede tactiek is seizoensbestrijding: extra bestrijden in de winterperiode, om de voortplanting in het voorjaar te voorkomen. In het voorjaar en zomer wordt dan niets gedaan.
Een derde strategie is het voorkomen dat muskusratten toegang hebben tot de dijk door het bekleden van dijken onder het wateroppervlak met gaas. De toegang tot het hol bevindt zich altijd onder water, het hol zelf bevindt zich boven waterniveau. Het is al bekend dat deze techniek werkt, maar de kosten zijn zeer hoog, en zou pas op een termijn van tientallen jaren effect kunnen hebben.
Het effect van langzaam aflopende oevers wordt meegenomen in het onderzoek. Natuurvriendelijke oevers hebben de mogelijkheden voor de muskusratten om in de dijk te komen alleen maar vergroot.
Vossen en hermelijnen Op internet circuleren nog steeds de wildste oplossingen. Moerkens heeft weinig vertrouwen in suggesties als de aanplant van intensief wortelende struiken en bomen in dijken en oevers. "Die beperken vervolgens de toegang voor de bestrijders." Ook het loslaten van vossen, hermelijnen, bunzingen en marters, 'predatoren' van de muskusrat, zou alleen maar onbeheersbare situaties opleveren. "Deze dieren kun je niet sturen." Ook kan de muskusrat net als in België vaker een plaatsje krijgen op de menukaart, maar deze suggestie is weinig serieus te noemen. En tot slot is er het idee om alle dijken van een harde buitenkant voorzien: "totaal onbetaalbaar en vanuit landschappelijk oogpunt ongewenst."
Actieve bestrijding heeft zin "We willen er voor zorgen dat zo min mogelijk muskusratten hoeven te worden gedood. Waterschappen streven dus hetzelfde doel na als dierenbeschermers. Feitelijk is hiervoor wel de uitroeiing van de diersoort nodig, maar dan wel efficiënt en pijnloos voor het dier", zegt Dolf Moerkens. "De meest diervriendelijke bestrijding is preventie: zo min mogelijk muskusratten, die zo min mogelijk nakomelingen produceren." In 2010 werden in Nederland 120.000 muskusratten gedood, terwijl in 2004 dit aantal nog ruim 400.000 bedroeg: "Actieve inzet heeft zin", concludeert hij.
De hoeveelheid gedode muskusratten verschilt per regio. Een minder actieve bestrijding in voorgaande periode verklaart het oplopende aantal gedode muskusratten van de afgelopen jaren in Zuid-Holland en Utrecht. "Maar deze organisaties hebben de muskusratten nu onder controle." In Groningen en de kop van Overijssel moet deze slag nog worden gemaakt.
Wetgeving Het groene licht voor de ontwikkeling van de proef hangt samen met de wijziging van de Waterwet en de Waterschapswet, die de verantwoordelijkheid voor de muskus- en beverrattenbestrijding en de financiering daarvan opdraagt aan de waterschappen. Een doelmatiger organisatie en bestuur van het waterbeheer in Nederland moet vanaf 2011 structurele geldbesparingen opleveren. Door meer efficiency moet worden voorkomen dat taakverschuivingen, waaronder die van de muskusrattenbestrijding, tot een stijging van de lokale lasten leiden. Overigens ligt er een kans om nieuwe dijken en dijkversterkingen in het kader van het HBWP (Hoogwater Beschermingsprogramma) te ontwerpen mét preventieve bescherming. Moerkens: "De kosten zijn dan relatief beperkt."
Nieuwe val Ook de vallen, die nodig blijven om de dieren te kunnen doden, zijn een belangrijk onderwerp van aandacht. Op basis van inzendingen van een landelijke prijsvraag wordt in Nederland een nieuw prototype muskusratval ontwikkeld, die de doding van de dieren sneller en pijnlozer maakt. Deze nieuwe val maakt overigens geen onderdeel uit van de veldproef.
Veldproef De voorbereidingen van de veldproef zijn gestart. Een begeleidingscommissie met vertegenwoordigers van de Dierenbescherming en de waterschappen, bereidt op dit moment de selectie voor van een partij die een Programma van Eisen kan opstellen. Daarna wordt een uitvoerder geselecteerd. Op zijn vroegst zal de proef eind 2012 starten, waarbij in de tussentijd nog bestuurlijke goedkeuring moet komen voor de uitvoering. "Een belangrijk aandachtspunt voor de uitvoering zijn voldoende proeflocaties", zegt Dolf Moerkens. Boeren en beheerders staan niet te springen om hun dijken en polders hiervoor aan te melden. Er is angst dat de muskusratten tijdens de proefperiode hun slag slaan. Maar Moerkens benadrukt dat ervoor wordt gezorgd dat de muskusrattenpopulatie in het proefgebied na afloop van de proef intensief wordt bestreden.
Bevers Met een effectieve muskusratbestrijding is het waterlandschap nog niet van schadelijke dierenvlijt verlost. Een nieuw dilemma leveren de bevers op, nu nog een beschermde diersoort. De bever is sinds 1988 dankzij herintroductieprojecten terug in Nederland en weer steeds vaker in het wild te zien. De populatie neemt nog steeds toe en het aantal bevers zal van 500 bevers nu, oplopen tot 1.600 - 2.000 dieren in 2025. Naast de ecologische waarde, blijkt elders in Europa dat er aanzienlijke schade kan optreden. Naast de dammenbouw en vraatschade, gaat het vooral om graafschade aan oevers en waterkeringen, vooral in het rivierengebied bij hoogwater. Het Faunafonds, een zelfstandig bestuursorgaan, laat daarom onderzoek doen naar het beheren van beverpopulaties en het voorkomen van schade.
(WaterForum Online, 24 augustus 2011)
|