RIVM-advies vaststellen verontreiniging diep grondwater
|
|
Provincies kunnen niet met zekerheid vaststellen of concentraties van verontreinigende stoffen in het diepgelegen grondwater stijgen. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) vereist echter dat de verontreiniging gelijk blijft. De Europese lidstaten moeten elke zes jaar aan de Europese Commissie rapporteren of het grondwater voldoet aan de milieu-eisen en welke maatregelen nodig zijn om aan die eisen te voldoen. Het RIVM gaf onlangs in de rapportage 'Voorstellen voor trendbepaling in grondwater voor KRW' een aantal praktische adviezen voor de vaststelling van verontreiniging.
Het KRW-grondwatermeetnet in Nederland is samengesteld uit meetpunten in een landelijk grondwatermeetnet en een provinciaal grondwatermeetnet. De grondwatermetingen vinden plaats op dieptes van 10 en 25 meter, waardoor het aantal meetpunten beperkt blijft. In de praktijk komt de vaststelling van verontreiniging neer op het interpreteren van gegevens en het trekken van voorzichtige conclusies. Uitgangspunt bij de nu aangereikte praktische adviezen is de beschikbare informatie op de juiste manier te gebruiken en te interpreteren in plaats van meer te gaan meten. Het feit dat er weinig vaste kengetallen zijn over de situatie van het grondwater maakt het voor politici en beleidsmakers lastig. "Toch hebben de metingen en de gegevens die daaruit voortvloeien wel degelijk zin. Aan de hand van goede statistieken en door te accepteren dat we niet alles weten kunnen we wel degelijk uitspraken doen over de kwaliteit van het grondwater, zij het met een bepaalde mate van onzekerheid. We hebben een aardig inzicht in wat er onder de grond aan de hand is. Bij grootschalige verontreiniging door industriële activiteiten uit het verleden zijn de meetgegevens zeker te koppelen aan het heden. Alleen de link tussen metingen en conclusies is wat vager dan bij oppervlaktewater", zegt RIVM-projectleider en onderzoeker Wilko Verweij.
Maatregelen De Europese Kaderrichtlijn Water, die geldt sinds het jaar 2000, vereist van de Europese lidstaten dat zij niet alleen een goede kwaliteit van het oppervlaktewater nastreven, maar ook toezien op de kwaliteit van het grondwater. In grote lijnen vereist de KRW dat er geen stijgende trends van concentraties van verontreinigende stoffen in grondwater mogen plaatsvinden. Daar waar zij wel optreden zijn de lidstaten verplicht deze trend om te buigen en de bron van verontreiniging zodanig aan te pakken dat geen verdere verontreiniging van het grondwaterlichaam plaatsvindt. "Een logische eis, maar grondwater vertoont heel ander gedrag dan oppervlaktewater. Het is onderhevig aan tal van processen en bevindt zich diep onder de grond. Alleen op plaatsen waar meetputten zijn geslagen, is door bemonstering iets te zeggen over de kwaliteit ter plekke. Een paar honderd meter verderop kunnen de metingen heel anders uitpakken", vertelt Verweij. Drie jaar geleden heeft hij samen met een aantal collega's in opdracht van de overheid een procedurehandboek, gepubliceerd met daarin tal van aanbevelingen voor de provincies die verantwoordelijk zijn voor de berekeningen.
Vragen Wilko Verweij: "Al snel bleek dat de provincies met een groot aantal vragen bleven zitten. Hoe kan de grondwaterkwaliteit goed worden beoordeeld? Het was niet duidelijk welk referentiepunt moest worden gehanteerd, over hoeveel jaar gegevens nodig waren en welke meetnetdichtheid in tijd en ruimte werd vereist. Op al deze vragen heeft het RIVM in het rapport 'Voorstellen voor trendbepaling in grondwater voor KRW' zo goed mogelijk antwoord gegeven."
Voorkomen van verontreiniging "Op zich is de grondwaterkwaliteit in ons land, vergeleken met ons omringende landen en ten opzichte van Oost-Europa, redelijk goed onder controle. Dat komt vooral omdat met de grondwaterrichtlijn uit 1981 al stevig is ingezet op de grondwaterkwaliteit door middel van een veertigtal regelingen die gericht waren op het voorkomen van verontreiniging van het grondwater. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de verplichte vloeistofdichte vloeren bij benzinestations en het beperken van zware metalen in veevoer", zegt Verweij.
Verplaatsing grondwater traag Wilko Verweij:"Bij de beoordeling van de kwaliteit van het grondwater is het per definitie zo dat je over minder informatie beschikt dan je zou willen. Je kunt niet op elke 100 meter in ons land een put slaan. Bovendien heeft de bodemgesteldheid en bodemsamenstelling telkens weer een andere invloed op de kwaliteit van het grondwater, maar ook op verplaatsing van het grondwater. Nadeel is ook dat grondwater heel langzaam stroomt. Het duurt dus relatief lang voordat eventuele verontreiniging is waar te nemen. Bovendien is het daarin lastig om de trend om te buigen als er verontreiniging wordt geconstateerd."
Meer informatie: Voorstellen voor trendberekening in grondwater voor de KRW
(WaterForum Online, 24 augustus 2011)
|