Deltares inventariseert knelpunten zoetwatervoorziening
|
|
De waterbeheerders in de provincies Noord-Holland, Friesland en Groningen kunnen de slootpeilen niet handhaven want het water in het IJsselmeer staat te laag. De grondwaterstanden zijn fors gedaald en in Midden- en West Nederland is het oppervlaktewater niet zoet te houden. Dit scenario kan over 50 jaar realiteit zijn als gevolg van een extreme klimaatverandering. Bovenstaande schets is onderdeel van de Deltascenario's die kunnen gaan gelden als er geen maatregelen worden getroffen. Dat blijkt uit een knelpuntenanalyse die Deltares in opdracht van de Waterdienst maakte voor de zoetwatervoorziening in Nederland.
Landelijke analyse Het rapport 'Zoetwatervoorziening in Nederland - landelijke analyse knelpunten in de 21e eeuw' maakt deel uit van het programma Zoetwater in het Deltaprogramma. In dit programma is de vraag hoe de zoetwatervoorziening van Nederland voor de lange termijn kan worden ingericht. Ook wordt gekeken wanneer daarover besluiten moeten worden genomen en wanneer maatregelen moeten worden getroffen. Het gaat daarbij om veilig en gezond water, om voldoende water voor economische ontwikkeling en gebruik, en om de aanwezigheid van water als factor voor een aantrekkelijke omgeving. In het rapport wordt een landelijke analyse gemaakt van het hoofdwatersysteem en de gevolgen van verschillende karakteristieke droge jaren, zoals bijvoorbeeld 1976.
Kwaliteit en kwantiteit Volgens Judith ter Maat, adviseur/onderzoeker integraal waterbeheer bij Deltares, is met deze knelpuntenanalyse 'een eerste stap gezet in een verkenning van de zoetwaterproblematiek'. Welke knelpunten worden verwacht aan de hand van de huidige inrichting van het waterlandschap en -beleid? Waar zal in de toekomst de watervraag groter zijn dan de waterbeschikbaarheid? Daarbij gaat het niet alleen om de hoeveelheid water, maar ook om de kwaliteit. Hiervoor zijn de diverse watergebruikers en waterbeschikbaarheid nu en in de toekomst in beeld gebracht.
Verdringingsreeks Voor de knelpuntanalyse is gebruik gemaakt van de zogenaamde 'Verdringingsreeks' die geldt bij droogtesituaties. Hierin staat welke vrager het eerst en welke het laatst wordt gekort op water bij beperkte beschikbaarheid. Veiligheid heeft prioriteit. Peilbeheer staat bovenaan, omdat dalende waterpeilen in polders tot onomkeerbare schade aan infrastructuur kunnen leiden. Daarna krijgt de drinkwater- en energievoorziening voorrang. Eventuele opbrengstverliezen in de landbouw en andere economische sectoren worden als noodzakelijkerwijs te accepteren beschouwd, of er wordt een beroep gedaan op het eigen initiatief van deze sectoren om tijdelijk andere bronnen aan te boren.
Klimaat en economische ontwikkelingen Judith ter Maat: "Wij hebben in deze analyse mogelijke toekomstige economische ontwikkelingen onder de loep genomen. We hebben GE voor ' Vol en Stoom' en RC voor 'Rust en Warm' afgezet tegen de twee uiterste klimaatscenario's G (voor ' Rust en Vol') en W+ (voor ' Warm en Stoom)."
Vol en stoom (GE) Het sociaal-economisch scenario GE gaat uit van een significante toename van de bevolking, economische groei en een toename van stedelijk gebied ten koste van landbouwgrond. Die groei zet na 2050 nog door en leidt tot een toename van drink- en industriewater van 30% in 2050. In combinatie met hogere temperaturen wordt de toenemende vraag niet alleen bepaald door de bevolkingsgroei, maar ook door een toegenomen watergebruik per persoon.
Rust en Warm (RC) In het sociaal-economische scenario RC is de toename van de bevolking beperkt om later zelfs te dalen. Ook de economische groei is beperkt. In dit model is uitgegaan van een afname van de vraag naar drink- en industriewater van 15% in 2050. In dit scenario is vooral de watervraag van de landbouw en natuur groot, met name vanwege de grotere verdamping die bij klimaatverandering toeneemt.
Rust en vol (G) Bij G zal er nauwelijks verschil optreden vanuit agro-hydrologisch en eco-hydrologisch oogpunt vergeleken met het huidige klimaat, behalve dat de winters natter zullen zijn. De afvoer in de zomer van de Maas zal vrijwel gelijk blijven en de Rijnafvoer gaat zelfs omhoog. Grote knelpunten zullen zich in dit scenario naar verwachting niet voordoen.
Warm en stoom (W+) In dit scenario zal het veel droger zijn. De zomerneerslag wordt 20% geringer terwijl de verdamping in 2050 16% groter zal zijn. Het grote neerslagtekort in de zomer zal vrijwel overal leiden tot een daling van de laagste grondwaterstanden met enkele decimeters. In de winter dalen de hoogste grondwaterstanden ook in hogere zandgronden. Door de winterneerslag stijgen ze echter licht in peilbeheerst Laag-Nederland.
Ter Maat tekent aan dat de bevindingen voorlopig zijn en bevestiging behoeven door berekeningen aan langjarige reeksen. Echter in de berekende grondwaterstanden voor het scenario W+/GE in 2050 zijn duidelijk de gevolgen van toegenomen grondwateronttrekkingen te zien. Volgens het rapport daalt de laagste grondwaterstand plaatselijk 1 meter. Ook kunnen bij het scenario W+ in een droog jaar de uiterwaarden sterk verdrogen door lage rivierwaterstanden. De zomerafvoeren van de grote rivieren nemen in het W+ scenario sterk af.
Onderscheid vier gebieden Judith ter Maat: "Wij onderscheiden in ons onderzoek vier gebieden met elk een eigen problematiek. Zo ontstaan in West-Nederland bij extreme droogte vooral knelpunten door verzilting als gevolg van zeespiegelstijging, lagere rivierafvoeren en inklinking van de bodem. Het zout dringt daar via het oppervlaktewater en vanuit de ondergrond binnen. Het gebied rond het IJsselmeer krijgt met minder wateraanvoer te maken omdat de IJssel minder water aanvoert en de verdamping door hogere temperaturen aanzienlijk zal toenemen. Er zal dus ook minder water naar de Waddenzee worden afgevoerd. De hoge zandgronden hebben nu al te maken met droogvallende beken en dat zal in de toekomst vaker gebeuren terwijl de grondwaterstanden dalen omdat in de zomer minder neerslag valt. Verder zal ook het gebied rond de rivieren minder rivierwater kunnen innemen. De Zuid-Westelijke Delta is op dit moment al grotendeels geïsoleerd van de aanvoer van zoetwater."
Mogelijke oplossingen Op zich lijken de analyseresultaten een bevestiging van wat al eerder in grote lijnen aan verwachtingen naar buiten is gebracht. Ter Maat erkent dat: "Maar, aan de hand van het Nationaal Hydrologisch Instrumentarium (NHI) hebben wij veel berekeningen doorgevoerd, nieuwe inzichten gekregen en ten aanzien van bepaalde situaties ook kwantitatief kunnen vaststellen wat er afhankelijk van klimaatscenario's in 2050 op ons afkomt. De gegevens worden jaarlijks geactualiseerd en in een volgende fase zal onder leiding van de Deltacommissaris moeten worden vastgesteld welke oplossingsrichtingen er mogelijk zijn."
(WaterForum Online, 18 augustus 2011)
|