Tweede Kamer eist bekendmaken gemeenten die koeltorens niet lokaliseren
|
|
Na de legionella-uitbraak in 2006 in Amsterdam hebben rijk en gemeenten afgesproken een registratiesysteem op te zetten voor natte koeltorens zodat bij een nieuwe uitbraak vooraf bekend is waar zich koeltorens bevinden. Uit een steekproef door de VROM-inspectie is gebleken dat lang niet alle gemeenten al zo'n registratie hebben. De Tweede Kamer eist van staatssecretaris Joop Atsma dat hij bekend maakt om welke gemeenten het gaat. Vijf jaar later vindt de Kamer het tijd voor 'name & shame'.
Bij de legionella-uitbraak in 2006 in Amsterdam duurde het bijna een week voordat de besmettingshaard, een koeltoren nabij het Centraal Station, kon worden gelokaliseerd. De betreffende koeltoren was bij de gemeente niet bekend. Om dit in de toekomst te voorkomen is afgesproken dat gemeenten altijd weten waar zich natte koeltorens bevinden. Bij een recente steekproef door de VROM-inspectie bleek dat vier van de 40 gemeenten zo'n registratie nog steeds niet te hebben .
Geen namen In een Kamerdebat over waterkwaliteit op 15 juni reageerde CDA-kamerlid AD Koppejan reageerde verontwaardigd: "We zijn nu vijf jaar verder en het is nog steeds niet goed geregeld". Koppejan verzocht staatssecretaris Joop Atsma per direct de gemeenten hierop aan te spreken en de Kamer te laten weten om welke gemeenten het ging. Atsma wilde echter geen namen bekendmaken omdat het om een beperkte steekproef ging. De vier betreffende gemeenten zouden bij toeval in het openbaar genoemd worden terwijl andere gemeenten, die hun registratie ook niet op orde hebben, buiten beeld zouden blijven.
De Tweede Kamer oordeelde anders. De Kamer heeft een motie van Koppejan aangenomen waarin de staatssecretaris wordt gevraagd binnen een week te laten weten over welke gemeenten het gaat. Daarbij wil de Kamer binnen een half jaar van Atsma horen welke andere gemeenten hun registratie ook nog niet op orde hebben.
(WaterForum Online, 21 juni 2011)
|