Veldproeven met langzaam werkende meststoffen in Limburg
|
|
Eind vorige week zijn op het platteland in Limburg proeven gestart met langzaam werkende meststoffen. Bij een proefstation wordt getest hoe efficiënt meststoffen met een coating zijn en hoeveel er van die meststoffen wordt uitgespoeld in vergelijking tot gebruikelijke middelen. De proef is een initiatief van Ekompany, een bedrijf dat werkt aan een patent op de technologie van de langzaam werkende meststoffen. Met behulp van deze nieuwe technologie komen minder meststoffen in het oppervlaktewater en in het grondwater terecht. 'In Nederland kan het gebruik van de nieuwe meststoffen op zandgronden verminderen van 250 kilogram per hectare tot wel 100-150 kilogram', verwacht directeur Eric van Kaathoven van Ekompany.

Mestkorrel met coating
Vanaf januari 2011 is de proefinstallatie voor het maken van de langzaam werkende meststoffen op de Chemelot Campus in bedrijf. 'We coaten ureum met een dun polymeer laagje, waardoor de afgifte van de meststof beter kan worden gedoseerd. De coating is niet helemaal dicht en laat vocht door. Zouten in de mestkorrel trekken vocht aan, lossen op zodat die vervolgens worden in de grond terecht komen. Het principe is te vergelijken met osmose', legt Ekompany-directeur Eric van Kaathoven uit. 'Doordat de meststoffen langzaam worden afgegeven en precies genoeg voor de plant, kan er minder wegspoelen. Er komen dus minder stoffen in het milieu terecht. Landbouwers hoeven dan slechts een keer per jaar kunstmest te geven in plaats van meerdere keren. Het voorkomen van de uitspoeling van meststoffen is uiteraard goed voor het milieu, maar ook goed voor de landbouwer. De langzaam werkende meststoffen gaan ongeveer een jaar mee. Daarna wordt de polymeer coating langzaam afgebroken.'
Coating Volgens directeur Eric van Kaathoven wegen de milieuvoordelen van de langzaam werkende meststoffen op tegen de nadelen van de afbraak van het verflaagje. 'In Nederland kan het gebruik van de nieuwe meststoffen op zandgronden verminderen van 250 kilogram per hectare tot wel 100-150 kilogram. Daardoor komt er 100 tot 150 kilo minder aan meststoffen terecht in het milieu. De coating bevat natuurlijke oliën en breekt op den duur langzaam af. We zijn nog niet in staat een polymeer te ontwikkelen die zich na een jaar plotseling ontbindt, de afbraak vindt geleidelijk plaats. Als je de voor- en nadelen tegen elkaar afweegt, zijn de langzaam werkende stoffen een milieuvriendelijk alternatief. Zeker als je ze wereldwijd gaat gebruiken.'
Toepassing in tropen 'In tropische gebieden is de uitspoeling nog veel groter dan in Nederland. Doordat het daar vaak hevig regent en de bodem poreus is, komen veel meer meststoffen terecht in het milieu. Eén oliepalm bijvoorbeeld verbruikt jaarlijks 25 kilo meststof. Bij gebruik van een meststof met coating kan dat worden teruggebracht naar 2,5 tot 3 kilogram. Dat verschil is enorm. De meststoffen kunnen worden gebruikt voor allerlei gewassen die langdurig op het land staan. Denk bijvoorbeeld aan bananen, druiven, suikerbieten, maïs, prei, maar ook aan rijst waarbij de planten continu in het water staan en de uitspoeling daardoor groot is', aldus Van Kaathoven.
Commerciële productie De Europese overheid stelt steeds strengere regels voor uitspoeling. In de nabije toekomst ontstaan er bovendien ernstige tekorten aan meststoffen, vooral fosfaat. De langzaam werkende meststoffen komen dus als geroepen en de vooruitzichten voor Ekompany lijken gunstig. Eind 2012 wil Ekompany de meststoffen commercieel gaan produceren. Het bedrijf is voor de bouw van een gecoate meststoffenfabriek op zoek naar een geschikte locatie in de buurt van Chemelot bij Sittard-Geleen. De kosten voor de bouw van die fabriek bedragen ruim tien miljoen euro. Van Kaathoven denkt over vijf jaar 70 werknemers in dienst te kunnen hebben.
Uitspoeling Voorlopig wacht Ekompany nog op de resultaten van de veldproeven. De eerste uitkomsten komen in augustus. Tijdens de veldproeven wordt gekeken naar de efficiency en de uitspoeling. Monitoring van uitgespoelde meststoffen in het grondwater behoort niet tot de veldproeven, al is gebruiksefficiency wel een goede indicatie. Waterzuiveringsinstallaties kunnen in deze fase dus nog niet vaststellen of de korrels leiden tot schoner water. De resultaten van de proeven zijn ook sterk afhankelijk van de hoeveelheid regen die er valt en het type grond waarop de gewassen worden geteeld. De uitspoeling is op kleigrond in ieder geval minder. Ekompany wil de resultaten gebruiken om het product verder te verfijnen. Het aanpassen van de dikte van de coating is een manier om in te spelen op specifieke klimaat- en gewaskenmerken.
(WaterForum Online, 27 april 2011)
|