Vlaams parlement: meer wachtbekkens, baggeren en ontharding
|
|
Op 17 november heeft het Vlaamse parlement een spoeddebat gevoerd met de regering over de recente overstromingen. Veel politici uitten de kritiek dat er weliswaar veel waterbeheersplannen klaarliggen maar dat de aanleg van wachtbekkens lang op zich laat wachten. Andere plannen komen niet tot uitvoering door gebrek aan geld of door slepende onteigeningsprocedures. Ook komt van uitbaggeren van grachten en waterwegen veel te weinig terecht, zo oordeelden de parlementariërs. Regelmatig trokken ze een vergelijk met in hun ogen daadkrachtiger waterbeleid in Nederland.

Vlaams parlement
Veel meer regen dan in Nederland Volgens milieuminister Joke Schauvliege zijn de recente overstromingen in Vlaanderen niet te vergelijken met die in Nederland. Volgens haar heeft Midden-België gedurende tweeënhalve dag hevige regenval gehad. In Nederland is dat maar één dag geweest. Volgens Schauvliege moet goed naar het beheer van de wachtbekkens worden gekeken, omdat de beschikbare bergingscapaciteit al snel vol zat. "Sommige wachtbekkens, zoals dat in Geraardsbergen, waren al volgelopen voor de watertoevoer eraan kwam. Je kunt het water daar dan niet meer uit laten vloeien", aldus de bewindsvrouw.
Nog meer bergingscapaciteit Vlaanderen beschikt inmiddels over 21 miljoen kubieke meter gewestelijke, gecontroleerde buffercapaciteit in 39 wachtbekkens voor onbevaarbare waterlopen. Er zijn nog vijf wachtbekkens in aanleg, goed voor 1,4 miljoen kubieke meter buffercapaciteit. In het spoeddebat gaf Schauwvliege toe dat de noodopvang verder moet worden opgevoerd. "Het pleidooi voor bijkomende wachtbekkens en overstromingsgebieden gaat natuurlijk ook gepaard met bijkomende slibruiming, het onderhoud van sediment en zand vangen, de sturing van sluizen, pompstations, het tegengaan van erosie en het onderhoud van rioleringen." Op de Vlaamse begroting voor 2011 staat al een investering van 11,9 miljoen euro en nog eens 14,5 miljoen euro voor beheer en onderhoud.
Einde aan versnippering Parlementariër Bart Martens hekelde de gewestelijke versnippering en gebruikte als voorbeeld de twee websites waar de hoogwaterstanden worden bijgehouden. "Het is toch te gek dat we in Vlaanderen op het vlak van overstromingsvoorspellingen en waterpeilbeheer twee instanties hebben: de Vlaamse Milieumaatschappij enerzijds en het Hydrologisch Informatiecentrum anderzijds, voor respectievelijk de onbevaarbare en de bevaarbare waterlopen. Mensen moeten zelf maar uitzoeken of ze in het bekken van een bevaarbare of een onbevaarbare waterloop wonen om te weten of ze op de website overstromingsvoorspeller.be of op waterstanden.be moeten gaan zoeken", aldus Martens.
Minister Joke Schauvliege en premier Kris Peeters (links en rechts midden) nemen polshoogte na de overstromingen in Vlaanderen (foto: jokeschauvliege.be)
Hoge waterstand op Schelde Naast de interne gewestelijke versnippering, kwam ook de moeizame federale afstemming tussen Vlaanderen en Wallonië uitgebreid aan de orde. Enkele grote overstromingen deden zich voor in stroomafwaarts gelegen Vlaamse dorpen en steden. Vanwege de hoge waterstand op de Schelde konden die de grote watertoevoer vanuit Wallonië niet snel genoeg kwijt. In de media was de suggestie gewekt dat Waalse waterbeheerders de sluisdeuren van onder meer het kanaal Brussel-Charleroi zonder overleg hadden opengezet. Minister-president Kris Peeters van Vlaanderen bestreed dat. Volgens hem heeft er op federaal niveau goede afstemming plaatsgevonden.
Te veel water in kanaal Brussel-Charleroi In het debat ging bijzondere aandacht uit naar de waterproblemen op het kanaal Brussel-Charleroi. Volgens de minister van openbare werken Hilde Crevits is nog niet helemaal duidelijk hoe er zoveel water in het kanaal kon zijn. Een belangrijke oorzaak is waarschijnlijk het feit dat de Zenne en het kanaal op meerdere locaties erg dicht bijeen liggen. Er is in een overvloeiing voorzien van de Zenne naar het kanaal. Volgens Crevits is vanwege het vele water in het kanaal ook het omgekeerde gebeurd en is vanwege het hoge peil ook water uit het kanaal weer terug in de Zenne gestroomd. De minister kondigde een nader onderzoek aan.
Meer uitbaggeren, nieuwe sluizen en wegpompen Het achterstallige baggeren kwam aan de orde bij de bespreking van de overstroming van Geraardsbergen aan de Dender. Parlementariër Marleen van den Eynden wees erop dat Wallonië de rivier in 2007 heeft uitgebaggerd tot aan de taalgrens. Zij riep de Vlaamse regering op zo snel mogelijk met uitbaggeren te beginnen. Minister Schauvliege wees er in haar verweer op dat baggeren weinig zin heeft als benedenstrooms niet eerst de stuwen in Dendermonde zijn vernieuwd en het vergrootte debiet ook daar kan worden afgevoerd.
Verder kondigde minister Schauvliege een onderzoek aan om, naar Nederlandse voorbeeld, het overtollige water naar zee weg te kunnen pompen.
Betere afstemming tussen Wallonië en Vlaanderen Volgens minister Crevits hebben deze gevallen laten zien hoe belangrijk het is dat het laaggelegen Vlaanderen het tempo bijhoudt van het hooggelegen Wallonië. "Het pakt slecht voor Vlaanderen uit als Wallonië alle stuwen vernieuwt en Vlaanderen niet. Ik zal erover waken dat er goed wordt samengewerkt en dat we tot een volledig geautomatiseerde Dender komen. Dat is de oplossing. En dan kunnen we hier en daar waar het nodig mocht blijken, wat meer uitbaggeren en verdiepen", aldus Crevits
Crevits signaleerde een nieuw probleem. Er is namelijk enorm veel slib van de kleine waterlopen naar de grote waterlopen gevloeid. "In de komende maanden moet worden nagegaan waar extra moet worden gebaggerd om het extra sediment vanuit de kleinere waterlopen op te vangen", zo hield ze het Vlaamse parlement voor.
Terugdringen van verhard oppervlak Parlementslid Hermes Sanctorum wees nog op de effecten van de snelle toename van het verhard oppervlak: "Een groot gedeelte van Vlaanderen wordt door wegen, gebouwen en dergelijke bedekt. Dat zal niet gauw veranderen. Deze realiteit heeft een grote impact op het overstromingsrisico. We kunnen er niet voor zorgen dat het ophoudt met regenen. We kunnen echter wel grotendeels bepalen hoe we het regenwater opvangen", constateerde Sanctorum. Wat hem betreft moet de Vlaamse overheid meer inzetten op de opvang van regenwater voor gebruik en infiltratie op eigen terreinen. "Daarnaast moeten we ook werk durven maken van een ontharding van Vlaanderen. De voorbije decennia is massaal gebruik gemaakt van asfalt en beton. We zullen steeds meer andere, waterdoorlatende materialen moeten gebruiken." Als voorbeeld noemde hij de Duitse stad Freiburg waar de tram over een grasbedding rijdt.
(WaterForum, 24 november 2010)
|