EU-document vestigt status mengzone bij beoordeling lozingen
|
|
De waterdirecteuren van de Europese Unie zijn het eens geworden over een richtsnoer voor de beoordeling van industriële lozingen van stoffen die door de Europese Commissie zijn aangemerkt als groot risico voor het watermilieu. In de richtlijn Prioritaire Stoffen was de verplichting opgenomen tot het opstellen van een ‘guidance document’, dat de lidstaten kunnen hanteren bij het uitvoeren van de richtlijn. Het document introduceert Europa-breed een aanpak hoe om te gaan met mengzones bij puntlozingen. Nederland gebruikt deze aanpak al veel langer bij de beoordeling van vergunningen voor lozingen, en heeft een voortrekkersrol gespeeld bij het ontwikkelen van het ‘guidance document’.

Mengzones passen in integrale benadering Bij de mengzone systematiek kijkt men naar de verspreiding van een stof die wordt geloosd in oppervlaktewater. Uitgangspunt is dat de lozer de beste beschikbare technieken heeft toegepast om de lozing te beperken. Nederland hanteert de systematiek bij de toepassing van de immissie-emissie toets bij vergunningverlening voor lozingen. Berekend wordt, aan de hand van een totaalbeeld van het oppervlaktewater, hoeveel van een bepaalde stof geloosd mag worden. De benadering is bij uitstek integraal, alle aspecten van de kwaliteit van het oppervlaktewater komen aan bod. Zo houdt men rekening met lozingen die bovenstrooms plaatsvinden, in plaats van uitsluitend het onderhavige water in ogenschouw te nemen. Door deze werkwijze komt uiteindelijk een integraal Europees beheer van de kwaliteit van het oppervlaktewater binnen bereik. Hulp bij uitvoering richtlijn De status van het document is niet dezelfde als van een Europese Verordening of Richtlijn, het is meer een hulpdocument voor de uitvoering. Wijzen lidstaten echter mengzones aan zonder gebruik te maken van het ‘guidance document’ ,of wijken ze er van af, dan zullen ze dit uitvoerig moeten motiveren. Het document is tot stand gekomen met behulp van de inbreng van een internationale werkgroep waar verschillende lidstaten en belangrijke belangengroepen deel van uitmaakten. Nederland en het Verenigd Koninkrijk hebben daarbij een voortrekkersrol vervuld. Nederland hanteert al mengzones Gerrit Niebeek van Rijkswaterstaat Waterdienst Lelystad, verwacht geen grootscheepse veranderingen voor de Nederlandse situatie als gevolg van de verwachte vaststelling van het ‘guidance document door de Europese Commissie eind deze maand. Dit geldt met name voor de rijkswateren, waar de in het document voorgestelde aanpak en mengzone systematiek al gehanteerd worden. Niebeek vindt het verheugend dat Nederland er in geslaagd is om de Nederlandse aanpak vastgelegd te krijgen in dit document, en roemt de samenwerking van overheid en industrie bij de totstandkoming. Hij verwacht geen verzwaring van administratieve lasten of meer regelgeving als gevolg van de vaststelling. Juist omdat het document de gangbare praktijk in Nederland weerspiegelt, ligt dit niet voor de hand. De lasten voor de industrie zullen eerder verminderen. Bij het opstellen van algemene regels zal men bovendien de mengzone systematiek generiek meenemen, waardoor het proces van deregulering op het terrein van waterbeheer evenmin in gevaar komt. Gelijk speelveld voor industrie in Europa Dat deze laatste twee aspecten van belang zijn voor de industrie, bevestigt Henk Brons van VEMW. Hij juicht de totstandkoming van het ‘guidance document’ toe vanwege de balans die is nagestreefd tussen economie en ecologie, en wijst tegelijkertijd op het belang van een gelijk speelveld voor de industrie binnen Europa. Een transparante en strakke uitvoering van de regelgeving omtrent industriële lozingen, waarbij Nederland niet verder gaat dan het ‘guidance document’ vereist, draagt bij aan een goed investeringsklimaat en een gelijkwaardige positie van het Nederlandse bedrijfsleven ten opzichte van de ons omringende landen. Ten overvloede wijst Brons daarbij op de inherente logica van de mengzonesystematiek. Strengere regels in Nederland ten opzichte van andere lidstaten zullen het doel van de Richtlijn Prioritaire Stoffen en het ‘guidance document’ niet dichterbij brengen, zeker niet omdat de ons omringende landen deel uitmaken van hetzelfde stroomgebied van Rijn, Maas, Schelde en Eems. De extra vervuiling afkomstig naar deze landen uitgeweken investeerders zal uiteindelijk vanzelf Nederland bereiken. "De nieuwe Europese regels moeten zo worden ingevoerd dat ze Nederlandse bedrijven in staat stellen te ademen. Nieuwe investeringen bieden tenslotte juist kansen voor efficiënte en duurzame productie”, aldus Brons.
(WaterForum, 9 november 2010) |