Duurzame watersteden vragen om nieuw economisch model
|
|
Veiligheid ten aanzien van overstromingen is van primair belang voor het aantrekken van binnen- en buitenlandse investeringen maar ook de kwaliteit van de leefomgeving bepaalt mede de economische aantrekkelijkheid van steden bij een veranderend klimaat. Uit recent onderzoek is gebleken dat niet alle steden zullen blijven groeien maar dat sommigen zullen krimpen. Er zullen nieuwe economische modellen ontwikkeld moeten worden voor stabiele duurzame steden die niet verslaafd zijn aan winst uit grondexploitatie. Dit was de bredere maatschappelijke context bij het interessante symposium over de maatschappelijke betekenis van water als drager van de duurzame stad. Aanleiding was het 25 jarig jubileum van de ‘Contactgroep Stedelijk Water’ van Waternetwerk.

Stad in de zon, (bron : Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier)
Donderdag 14 oktober werd dit jubileum gevierd met een minicongres over het thema ‘Water in de stad 2035’. De uitdaging was 25 jaar vooruit te blikken met als doel lessen te trekken voor het heden. Het thema werd breed benaderd vanuit drie invalshoeken: stedelijk watermanagement, economische betekenis en beleving van de burger. Uit de ontwikkeling van ‘stedelijke hydrologie’ tot ‘water in de stad’ is af te leiden dat er de achterliggend 25 jaar een enorme verbreding en verdieping van het vakgebied heeft plaats gevonden. Gezien het feit dat binnenkort meer dan de helft van de wereldbevolking in steden leeft is het niet verwonderlijk dat hier ook wereldwijd steeds meer aandacht naar uit gaat. Ook in het nieuwe regeerakkoord wordt ‘verbeteren van de waterkwaliteit in het stedelijk gebied’ expliciet als speerpunt genoemd.
Transitie naar duurzame watersteden Frans van de Ven, oprichter van de contactgroep en nu werkzaam bij Deltares en de TU Delft, was de eerste spreker met een visionair betoog over de actuele en de te verwachten trends in de wereldwijde ontwikkeling van duurzame watersteden. Het accent lag hierbij vooral op steden die gelegen zijn in delta’s waarbij, zowel letterlijk als figuurlijk, gesteld kan worden dat ‘het water de stad draagt’. In letterlijke zin bedoelde hij hiermee dat bij verlaging van de grondwaterstand de stad verzakt en figuurlijk dat water een belangrijke drager is van het stedenbouwkundig ontwerp.
Een breed scala aan doelstellingen zal de komende decennia op een evenwichtige manier moeten worden nagestreefd: duurzaamheid, klimaatbestendigheid, flexibiliteit, gezondheid en vooral ook leefbaarheid. Hieraan zal op alle schaalniveaus door vele disciplines moeten worden samen gewerkt van stedenbouwkundig ontwerp tot en met het ontwerp en het beheer van waterpartijen en riolering. Het gaat daarbij niet alleen over wateroverlast en waterkwaliteit maar ook over energiebesparing en het voorkomen van droogte en hittestress. De omslag naar de duurzame stad van 2035 vraagt een ingrijpend transitieproces waarbij het belang van de burger centraal staat en waarbij ook de spelregels voor overheden en commerciële partijen moeten worden aangepast. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de relatie van gemeenten tot projectontwikkelaars.
Nieuwe economische modellen nodig Wouter Jonkhoff van TNO ging dieper in op de economische betekenis van ‘water’ voor de economische vitaliteit van de stad. Recent is onderzoek gedaan naar de te verwachten economische groei van Nederlandse steden. Hieruit blijkt dat niet alle steden zullen blijven groeien, sommigen zullen zelfs krimpen. Dominante factor voor het succes van steden blijkt de aantrekkelijkheid voor jonge kenniswerkers. Steden met een universiteit hebben hierbij een belangrijke voorsprong. Water is een van de factoren die de kwaliteit van de leef- en werkomgeving bepalen. Veiligheid ten aanzien van overstromingen is van primair belang voor het aantrekken van binnen- en buitenlandse investeringen maar ook de kwaliteit van de leefomgeving bepaalt mede de economische aantrekkelijkheid van steden bij een veranderend klimaat.

Tijdens de discussie na afloop kwam onder andere naar voren dat er nieuwe economische modellen ontwikkeld zullen moeten worden voor stabiele duurzame steden die niet verslaafd zijn aan winst uit grondexploitatie. Dit vraagt een andere manier van omgaan met de kosten en baten van duurzame maatregelen.
Actievere rol van de burger De rol van de burger hierbij kwam expliciet aan de orde in de presentatie van Eilard Jacobs van het Amsterdamse Waternet en huidige voorzitter van de contactgroep. Hij stelde dat de burger, als consument van overheidsdiensten, slechts geïnteresseerd is in drie wateraspecten: betrouwbaar drinkwater, geen wateroverlast en goede waterkwaliteit als onderdeel van een aantrekkelijke leefomgeving. Een belangrijk aspect voor de toekomst zal zijn de informatie-uitwisseling tussen overheid en burger waarbij de nieuwe IC-technologie een grote rol zal gaan spelen. De geïnteresseerde burger wil bijvoorbeeld op zijn smart Phone direct kunnen zien of het huis dat hij wil kopen grondwateroverlast heeft. Eilard sprak de verwachting uit dat de trend naar decentrale oplossingen zal doorzetten dat kan bijvoorbeeld betekenen: decentrale energieopwekking, drinkwaterbereiding en afvalwaterbehandeling. Tijdens de discussie kwam hierbij naar voren dat het nog maar de vraag is of decentralisatie in de watersector even rendabel is als bij de energievoorziening.
De meer algemene vraag bij de discussie was of de trend gaat richting de ongeïnteresseerde burger als consument of naar de bewuste burger die participeert als lid van een duurzame stad. De werkelijkheid zal waarschijnlijk zijn dat beide groepen zullen blijven bestaan. De vraag is hoe gaan overheden en watermanagers daar mee om? Een heel praktisch voorbeeld dat tijdens de discussie naar voren kwam was het probleem van de toenemende hoeveelheid verharding doordat velen hun tuin volledig bestraten met tegels. Burgers en tuincentra kiezen nu vaak voor deze weinig duurzame oplossing. Hoe kunnen we dit proces omkeren in een meer duurzame richting? Gemeenten en waterschappen zouden hier het initiatief moeten nemen door meer voorlichting te geven. Ook financiële prikkels zouden kunnen helpen.
(WaterForum, 20 oktober 2010) |