Boeren gaan fors meer heffing betalen aan waterschappen als het aan de Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) ligt. Zo stellen onderzoekers van het vakblad V-Focus en de University College Roosevelt in Middelburg. De commissie heeft in opdracht van de Unie van Waterschappen een voorstel uitgewerkt om de heffingen voor de waterschapstaken aan te passen. Een van de voorstellen is een extra verontreinigingsheffing voor de uitspoeling van stikstof uit landbouwgrond.

De CAB stelt voor een forfaitaire belasting in te voeren van 1 vervuilingseenheid (VE) per hectare, wat neerkomt op zo’n 5.000 euro per bedrijf, afhankelijk van het aantal hectares en onder welk waterschap het bedrijf valt. Zo stellen de onderzoekersjournalist Geesje Rotgers van V-Focus, associate professor Jaap Hanekamp (op foto) van de URC Middelburg. Hun studie is gefinancierd door de Stichting Mesdag Zuivelfonds.

Minder dan 60 procent
De CAB stelt dat de landbouw verantwoordelijk is voor 60 procent van de stikstof- en fosforbelasting van het oppervlaktewater. Na checken van de onderliggende data concluderen de onderzoekers dat dit hoge percentage tot stand komt doordat enkele bronnen bij de landbouw worden geteld waarvoor de landbouw niet verantwoordelijk voor kan worden gehouden. Het gaat daarbij om fosfaat en stikstof dat vrijkomt uit bijvoorbeeld kwel, uitloging uit zeeklei of instroom vanuit grote rivieren.

De onderzoekers hebben ook meetgegevens opgevraagd over de stikstofconcentraties die via Belgische en Duitse beken in het Nederlandse watersysteem terecht komen. In sommige beken die Nederland instromen, wordt tot meer dan 10 mg/l stikstof gemeten, terwijl de norm in Nederland 2,3 mg/l is.

De onderzoekers voelen zich gesterkt in hun opvatting dat de landbouw veel minder nutriënten uitstoot door emissiecijfers uit het programma Emissieregistratie dat aanzienlijk lagere percentages aan de landbouw toerekent, respectievelijk 40 procent stikstof en 18 procent fosfaat.

Onder de norm
Volgens de onderzoekers is de heffingssystematiek die de waterschappen willen toepassen, niet conform de uitleg van het begrip ‘de vervuiler betaalt’ zoals de Europese Commissie dat hanteert. Een belangrijk aspect daarvan is dat er niet betaald zou hoeven te worden voor vervuiling die onder de norm blijven. In veel oppervlaktewateren geldt bijvoorbeeld de norm van 2,3 mg/l stikstof. Als het oppervlaktewater schoner is dan die norm dan zou het waterschap daarover geen heffing mogen vragen.

Het onderzoeksrapport ‘De boer betaalt, maar voor welke vervuiling‘ werd tijdens een persconferentie op 6 maart door vertegenwoordigers van de landbouwsector – Geert Dubben van de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) en Harm Wiegersma van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) overhandigd aan een aantal Tweede Kamerleden en aan directeur Albert Vermuë van de Unie van Waterschappen.

Fijnmaziger belastingstelsel
Vermuë wees  in zijn reactie op de generieke werking van heffingsgrondslagen. Volgens hem is het niet mogelijk gebleken een grondslag te ontwikkelen waarbij boeren die weinig vervuilen, minder heffing te laten betalen dan boeren die veel vervuilen. Toch zal de unie hier nog eens goed kijken, zo verzekerde Vermuë de aanwezige landbouwsector.

Het nieuwe belastingplan van waterschap zit nu in een inspraakronde. De CAB-commissie heeft laten weten dat de ontvangen reacties meer tijd vragen om te verwerken. De commissie heeft de levering van het definitieve belastingplan aan het bestuur van de Unie van Waterschappen uitgesteld tot 1 juni.

In oktober neemt de unie een besluit over het nieuwe belastingplan en dan moet minister Van Nieuwenhuizen van IenW daar nog een wetsvoorstel voor maken.