Natuurlijk hardhout ooibos in de uiterwaarden langs de IJssel tijdens hoogwater. Dit is een geschikte leefomgeving voor veel belangrijke soorten (zoals bever en kleine watersalamander), maar stuwen bij extreme afvoer het water hoger op (foto: Universiteit Utrecht).

Er keren steeds meer bedreigde en beschermende soorten vogels en zoogdieren terug in de uiterwaarden van het Nederlandse rivierengebied. Dat komt door de aanleg van nevengeulen, natuurlijk beheer van graslanden en het toestaan van natuurlijke vegetatieontwikkeling om overstromingen te beperken, concluderen onderzoekers van de Universiteit Utrecht en de Radboud Universiteit in het tijdschrift Science Advances.

De onderzoekers analyseerden de effecten op de biodiversiteit van het Ruimte voor de Rivier-programma van de overheid. Hoofddoel van het programma dat in 2017 grotendeels is afgerond, was een betere bescherming tegen overstromingen, maar de maatregelen moesten tevens de ruimtelijke kwaliteit verbeteren en de natuur herstellen.
Aan de hand van een serie van vier landschap-ecologische kaarten tussen 1997 en 2012 en ruim twee miljoen flora- en faunaobservaties brachten aardwetenschappers en ecologen in beeld hoe de biodiversiteit van bedreigde en beschermde soorten zich heeft ontwikkeld. Hierbij gaat het om zeven soortgroepen (planten, vogels, zoogdieren, reptielen en amfibieën, vissen, libellen en vlinders).

Stijging biodiversiteit
Uit het onderzoek blijkt dat in ruim driekwart van de onderzochte uiterwaarden verspreid over de Rijn, Nederrijn, Waal en IJssel een stijging in biodiversiteit is te zien. Hierbij gaat het vooral om soorten die zich snel kunnen verspreiden. Vogels en zoogdieren toonden de grootste toename.
Uiterwaarden waar verschillende maatregelen zijn toegepast, zoals de aanleg van nevengeulen, natuurlijk beheer van graslanden en het toestaan van natuurlijke vegetatieontwikkeling lieten een significante verbetering zien in vergelijking met uiterwaarden waar die deze maatregelen niet zijn uitgevoerd.

Hoop, maar nog geen zege
De onderzoekers benadrukken dat niet alle planten- en diersoorten konden profiteren. Traag verspreidende planten, vlinders en libellen hadden weliswaar een geschikte leefomgeving, maar konden door onder andere versnippering van natuurgebieden, bestrijdingsmiddelen en de korte tijdsperiode sinds de oplevering van de maatregelen niet genoeg uitbreiden.
De ingeslagen weg van hoogwaterveiligheid gecombineerd met natuurherstel geeft volgens de onderzoekers reden tot hoop. Toch zijn veel karakteristieke soorten nog niet teruggekeerd. Het tegengaan van versnippering van natuur en voorzien in habitat voor specifieke groepen van soorten is hiervoor cruciaal. Voor het vaststellen van oorzakelijke verbanden tussen ingrepen en biodiversiteit worden ook hoge eisen gesteld aan monitoring van soorten en een landelijk overzicht van veranderingen in beheer en kwaliteit van uiterwaarden. Centrale databanken van veldobservaties door vrijwilligers, zoals de Nationale Database Flora en Fauna, zijn onontbeerlijk voor onderzoek op grote tijd- en ruimteschalen.

Lees hier het persbericht

 

DELEN